Dr. Robert Passier doet onderzoek aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) waardoor het mogelijk wordt om kankermedicijnen voortaan op menselijke hartspiercellen te testen. Wij gingen bij hem op bezoek om zijn onderzoek van dichtbij te bekijken. Wat motiveert Robert om proefdiervrij onderzoek te doen? Wat inspireert hem? Leer hem beter kennen.

 

Wat wilde je als kind worden?

Robert: “Toen ik een jaar of tien was, beantwoordde ik deze vraag met ‘ik wil zo hoog mogelijk komen’ en een paar jaar later begon mijn fascinatie voor scheikunde. Ik kocht allerlei chemicaliën bij de apotheek, borg die op in een door mijn vader gemaakt rekje met allemaal potjes en deed daar allerlei proefjes mee. Mijn studie gezondheidswetenschappen was één grote voorbereiding op het doen van onderzoek. Toen ik dan ook mijn eerste stage deed in een laboratorium, voelde dat ook echt als het moment ‘dat alles écht ging beginnen!’.”

 

Voelt dat na al die jaren nog steeds zo?

“Als Assistent in opleiding (AIO) werd mij de mogelijkheid geboden om onderzoek te doen naar hart- en vaatziekten. Omdat deze aandoeningen veel voorkomen in mijn familie, lag daar echt mijn fascinatie. Het huidige project is een combinatie van onderzoek naar hart- en vaatziekten en kanker. Mijn moeder heeft zelf kanker gehad, dus kan je je voorstellen dat ik nu dubbel gedreven ben.”

 

Waar werk je op dit moment aan?

“We zijn nu in staat om uit stamcellen hartspiercellen te kweken, waarop we medicijnen kunnen testen. Het ontwikkelde hartspiermodel moet zichzelf nu bewijzen. Het onderzoeksteam analyseert of het model nauwkeurige resultaten geeft, met zo min mogelijk afwijkingen. Dit wordt onderzocht door gebruik te maken van materiaal van patiënten (biopsies) die behandeld zijn tegen kanker en al dan niet hartfalen hebben ontwikkeld. In de volgende fase van dit onderzoek gaan we op zoek naar aanwijzingen in de hartspiercellen waarmee we mogelijk vooraf kunnen voorspellen of bij gebruik van het kankermedicijn al dan niet bijwerkingen aan het hart optreden.”

 

 

Hoe reageren andere wetenschappers op het feit dat dit onderzoek proefdiervrij is?

“Er zijn steeds meer wetenschappers die open staan voor deze discussie en samen willen zoeken naar verbeteringen. Ik zie het als een belangrijke taak van wetenschappers om zich bezig te houden met actuele maatschappelijke discussies. Steeds vaker blijkt dat proefdiervrije methoden betere en veiligere resultaten geeft. Het is een win-win situatie; proefdieren worden vervangen en de resultaten van het onderzoek zijn van hogere kwaliteit.”

 

Je hebt nu meer werk aan de coördinatie van het onderzoek en zit minder vaak zelf achter de microscoop. Vind je dat niet jammer?

“Het doen van onderzoek is prachtig, maar nu heb ik het overzicht over verschillende projecten. Ik kan ervoor zorgen dat die projecten zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd.  Het geeft een  geweldig gevoel om de ideeën die je hebt ook daadwerkelijk in teamverband kunt uitvoeren. Ook als de resultaten niet van mij persoonlijk zijn, is dat wel iets waar ik aan heb meegewerkt en waar ik natuurlijk heel erg bij betrokken ben. Daar kan ik net zo trots op zijn.”

 

Hoe ervaar je de samenwerking met Proefdiervrij?

“Vorig jaar deed Proefdiervrij een oproep aan haar donateurs om een deel van mijn onderzoek te financieren. Dat dit zo’n groot succes was, had ik niet verwacht. Het was enorm stimulerend om te merken dat onder de achterban van Proefdiervrij zo’n grote betrokkenheid leeft met mijn onderzoek. Dat was echt hartverwarmend. Ik vind het dan ook erg leuk om meer over mijn werk te mogen vertellen in de video’s die Proefdiervrij heeft opgenomen en ik ben heel erg benieuwd naar de reacties van de kijkers!”