Kunnen we ooit zonder proefdieren? Veel mensen en ook wetenschappers denken van niet. Een veel gehoord argument daarbij is het ‘organisme-argument’: een levend wezen is zo complex dat we dat nooit helemaal kunnen nabootsten. Daarom zijn we aangewezen op een dierproef, als we effecten in een levend wezen in kaart willen brengen. Maar hoe overtuigend is dit argument?

Er zijn op z’n minst twee argumenten tegen in te brengen:

  • Een dier is geen mens
  • giftige stoffen bestaan niet, alleen giftige doseringen

Een dier is geen mens

Zoals gezegd is een mens een complex organisme met ontelbare wisselwerkingen tussen cellen, celstructuren, organen en orgaansystemen. Omdat deze complexiteit niet is na te bootsen ben je aangewezen op een dier dat per slot van rekening ook een complex wezen is. In een dier kun je bijvoorbeeld aantonen dat een bepaald hartmedicijn effect heeft in de lever. Een proefdiervrij hartmodel is hier niet toe in staat, behalve als we aan het proefdiervrije hartmodel ook een leversysteem koppelen. Maar dit zou dan moeten gelden voor alle organen en functies van een organisme en dat is te ingewikkeld. Het klinkt overtuigend.

We kunnen een mens nu nog niet volledig modelleren, maar we kunnen wel steeds meer organen in kweek nabootsen en die kweken van verschillende organen zelfs aan elkaar koppelen (de body-on-chip). Amerikaanse onderzoekers hebben al 10 organen aan elkaar gekoppeld (lever, long, darm, baarmoederslijmvlies, hersenen, hart, alvleesklier, nier, huid en spier). De cruciale vraag is: wanneer is het goed genoeg? De body-on-a-chip is misschien nog niet perfect en allesomvattend, maar het is goed om je te realiseren dat een proefdier dat ook niet is. Het gaat dus om de inschatting wanneer het beperkte humane model beter is dan het imperfecte diermodel.

Uiteindelijk gaat het om de effecten die optreden in de mens. Effecten die bij dieren optreden kunnen bij mensen uitblijven. En andersom geldt ook. Effecten die bij een dier uitblijven kunnen bij een mens wel optreden. Door proefdiervrij, of je kan ook zeggen mensgericht, onderzoek zijn heel veel effecten veel beter in kaart gebracht.

Giftige doseringen

Maar we willen toch wel weten of je van een bepaalde stof/medicijn niet ziek wordt of misschien zelfs dood gaat? De dierproef als veiligheidscheck zeg maar. Los van bovenstaand argument (dier is geen mens, waardoor we dus heel veel effecten kunnen missen) heeft toxicologie (is een stof giftig of niet?) alles te maken met dosering. Elke stof in te hoge dosering is dodelijk. Dit geldt zelfs voor water. Ook al bestaat het menselijk lichaam tussen de 50 en 65% uit water, je kan er aan overlijden als je teveel van binnen krijgt. Andersom geldt ook: in lage dosering is geen enkele stof schadelijk. Door experimenten te doen waarbij met hele lage doseringen gestart wordt, is ook zonder proefdieren op een veilige wijze vast te stellen of een stof schadelijk is. Ook hier is de dierproef dus niet per se noodzakelijk.

Haal benauwde proefdieren uit longonderzoek

Met een nieuwe kweektechniek maakt Pieter Hiemstra zijn 3D longmodel wereldwijd efficiënt beschikbaar. Anne van der Does gebruikt deze door Pieter gekweekte cellen in haar long-op-een-chip model en doet daarmee revolutionair proefdiervrij onderzoek.