Wat fantastisch dat je donateur bent!

We stellen je betrokkenheid bij de proefdieren zeer op prijs. Door jouw bijdrage kunnen we investeren in proefdiervrij onderzoek. Zo streven we naar betere resultaten voor mens én dier. Samen met jou bouwen we aan een duurzame toekomst zonder het gebruik van proefdieren. Bedankt!

Debby Weijers
Algemeen Directeur

Onze toekomstplannen

Proefdiervrij ziet zichzelf als de motor achter de ontwikkeling van proefdiervrij onderzoek. De wereld van de wetenschap en technologie ontwikkelt zich razendsnel en nu is het het juiste moment om extra vaart te zetten achter een proefdiervrije wetenschap.

101%

Afgerond: Fase 1

Gezondere baby’s zonder dierproeven

€ 12.584 van € 12.500 opgehaald
0 dagen over
430 funders voor dit project

Wat hebben we bereikt met Gezondere baby’s zonder dierproeven?

Professor Aldert Piersma
Professor Aldert Piersma
Hoogleraar reproductie- en ontwikkelingstoxicologie aan de Universiteit Utrecht

Op 29 november liep het crowdfunding project Gezondere baby’s zonder dierproeven af. Dankzij de fantastische inzet van onze donateurs hebben we maar liefst € 12584,50 euro opgehaald. Dit is zelfs 500 euro meer dan ons streefbedrag. Wij zijn dan ook ontzettend trots op alle donateurs die mee hebben geholpen om deze fase vorm te geven.

Nu het geld voor deze eerste fase binnen is, kan prof. Aldert Piersma een vliegende start maken. Het uiteindelijke doel van zijn onderzoek is het bouwen van een computermodel waarin kennis over de ontwikkeling van embryo’s gecombineerd wordt met kennis over chemische stoffen. Dit is een heel efficiënte manier om de effecten van deze stoffen voor ongeboren baby’s in kaart te brengen.  Waarom is dit zo belangrijk? Jaarlijks worden er honderden stoffen getest op proefdieren. Om één stof te testen zijn er maar liefst 1.300 ratten nodig. Reken maar eens uit hoeveel ratten dat zijn in een jaar!

Prof. Aldert Piersma zegt hier zelf over:

Twee vakgebieden combineren

‘Er wordt al heel lang onderzoek gedaan naar chemische stoffen en de mogelijke risico’s voor de volksgezondheid. Dat is het vakgebied van de toxicologie. Er is ook heel veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van dier en mens in de periode tussen de bevruchting en de geboorte. Dat is het vakgebied van de embryologie. Als we de kennis van deze twee vakgebieden samenvoegen (dat noemen we (‘stoffen en prenatale gezondheidsbescherming’), dan maken we geheel nieuw onderzoek mogelijk waardoor bij veiligheidsonderzoek op dit gebied de proefdieren op termijn mogelijk geheel kunnen worden vervangen.’

Grote aantallen proefdieren vervangen

‘In onderzoek naar voortplanting worden enorme aantallen proefdieren gebruikt. Bij het onderzoek of een stof een afwijking veroorzaakt in de ontwikkeling van een ongeboren dier (bijvoorbeeld een rat), bekijken onderzoekers meerdere generaties proefdieren. Dan krijgen drachtige ratten een stof toegediend, waarna de ontwikkeling van hun jongen wordt gevolgd. Om één stof te testen, zijn meerdere moederdieren nodig die elk vaak meer dan tien jongen krijgen. Al met al zijn er gemiddeld 1.300 dieren nodig om één stof te testen. Dat is dan nog maar één stof.’

Testen op menselijke cellen

‘Als je wilt weten of mensen risico lopen wanneer ze een bepaalde stof innemen, is het het beste om dat dan ook te testen met testsystemen die gebaseerd zijn op kennis van de situatie bij de mens. Proefdieren hebben overeenkomsten met de mens, maar er zijn ook grote verschillen, die we ook niet allemaal goed kennen. Daarom richt dit onderzoek zich op menselijke cellen. Het eerste doel van ons onderzoek is het identificeren van de juiste set proefdiervrije onderzoeksmodellen. Daarmee worden niet alleen enorme aantallen proefdieren vervangen, maar wordt het ook mogelijk om veel exacter te kunnen voorspellen of een stof gevaar oplevert voor de ongeboren vrucht van de mens.’

Veiligheid zonder proefdieren

‘De klassieke regelgeving is gebaseerd op het idee dat je de veiligheid van stoffen kan waarborgen als je gebruik maakt van de serie dierproeven die nu wordt voorgeschreven. Bij onderzoek naar de vervanging van deze proeven is tot nu toe steeds gezocht naar proefdiervrije versies van afzonderlijke testen. Zo werkt het helaas niet en zo simpel is het (helaas) ook niet. Wij werken aan een batterij van testen die elkaar aanvullen en tezamen een veel beter en betrouwbaarder beeld geven van mogelijke risico’s van stoffen.’ 

Dialoog met de samenleving

‘Het is heel speciaal dat het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) deze samenwerking aangaat met Proefdiervrij. Het RIVM neemt als overheidsorgaan een bijzondere positie in. Door het contact met de maatschappij kennen wij de wens om proefdieren te vervangen. Tegelijkertijd willen we de risicoschatting van stoffen verbeteren. Dat levert nieuwe onderzoeksvragen voor de wetenschap op. Het RIVM stimuleert ook dat uitkomsten van onderzoek terechtkomen bij diegenen die ervoor kunnen zorgen dat de regelgeving wordt aangepast. Ik vind het heel erg belangrijk dat je als onderzoeker met één voet in de maatschappij en één voet in het lab staat. In de maatschappij ontstaat steeds meer druk om ervoor te zorgen dat er minder proefdieren worden gebruikt. Onderzoekers zoals wij bij het RIVM maken die vervanging mogelijk!’

Huidige onderzoeksfase

Fase 3
Fase 4
Onderzoek starten
Plan ontwikkelen om kennis over de ontwikkeling van het embryo en chemische stoffen samen te brengen
Testen met in-vitromodel
Chemische stoffen worden buiten het lichaam getest via in-vitromodellen
Computermodel ontwikkelen
Bouwen van een computermodel waarin alle kennis over de ontwikkeling van het embryo wordt opgenomen
Alle elementen combineren
Computermodel en informatie uit fase 1 en 2 combineren om effecten van (chemische) stoffen te voorspellen