Ter gelegenheid van de nieuwe leerstoel ‘Toxicologie in Transitie’ aan de Universiteit Utrecht ging interviewer Simone Janssen in gesprek met professor Anne Kienhuis. 

“Ik ben de hele dag alleen maar aan het praten,” zegt Anne Kienhuis lachend als ik haar vraag hoe haar werk er in de praktijk uitziet. Anne staat niet meer dagelijks in een laboratorium, zoals aan het begin van haar loopbaan. Toen kweekte ze levercellen van ratten en mensen en onderzocht ze hoe die reageerden op chemische stoffen. Haar promotieonderzoek draaide al om alternatieven voor dierproeven.

“Maar je bent dan vooral met je eigen model bezig, op een kleine postzegel,” vertelt ze. “Het resultaat komt in een wetenschappelijke publicatie, maar ik had niet het gevoel dat ik veel invloed had op hoe het veld zich verder ontwikkelde.” Juist dat begon haar steeds meer te interesseren. Niet alleen: wat kunnen we technisch ontwikkelen? Maar vooral: wat gebeurt er daarna met zo’n nieuwe techniek?

Sinds januari 2026 is Anne hoogleraar Toxicologie in Transitie aan de Universiteit Utrecht. Het RIVM en Proefdiervrij ondersteunen de leerstoel financieel. Het Arie Pais Fonds maakt de bijdrage van Proefdiervrij mede mogelijk. Daarnaast werkt Anne als senior onderzoeker bij het RIVM. Haar leerstoel richt zich precies op die volgende stap: hoe zorg je ervoor dat proefdiervrije, mensgerichte methoden niet alleen worden ontwikkeld, maar ook echt worden vertrouwd, goedgekeurd en gebruikt?

Een mooie techniek is nog geen bruikbare methode

Binnen de toxicologie wordt onderzocht welke schadelijke effecten chemische stoffen en geneesmiddelen op de menselijke gezondheid kunnen hebben. Bij veiligheidsbeoordelingen worden nog altijd dierproeven gebruikt, terwijl er steeds meer nieuwe methoden beschikbaar komen met bijvoorbeeld menselijke cellen, computermodellen en kunstmatige intelligentie. Zolang dierproeven de standaard zijn, blijven dieren dus onderdeel van veiligheidsonderzoek.

Anne ziet daarin grote kansen. “Een dierproef kan ons veel leren, maar het blijft altijd een benadering van wat er in een mens gebeurt,” zegt ze. “Nieuwe modellen die zijn gebaseerd op menselijke cellen en data kunnen in sommige gevallen zelfs beter aansluiten bij de menselijke biologie.”

Maar een goede nieuwe techniek betekent niet automatisch dat die ook in de praktijk bruikbaar is. Anne geeft een voorbeeld. Een onderzoeker kan een veelbelovende organ-on-a-chip (een chipje met menselijke cellen dat de werking van een orgaan nabootst) ontwikkelen en daar een uitstekende wetenschappelijke publicatie over schrijven. “Maar zo’n technologie geeft nog niet vanzelf antwoord op de vragen die bij een veiligheidsbeoordeling moeten worden beantwoord.”

Een methode moet betrouwbare, reproduceerbare resultaten opleveren én antwoord geven op de vraag waarvoor die wordt gebruikt. Wetenschappers, beoordelaars en regelgevende instanties moeten er bovendien op kunnen vertrouwen. “Een wetenschappelijke publicatie maakt een techniek nog niet direct geschikt voor praktische toepassing,” zegt Anne. “Soms moet een techniek daarna zelfs weer terug naar de tekentafel.”

professor anne kienhuis in het lab

Niet alleen de techniek moet veranderen

Je zou kunnen denken: ontwikkel betere alternatieven en de dierproeven verdwijnen vanzelf. Maar in de praktijk blijkt de overstap naar proefdiervrije toxicologie veel ingewikkelder. Bestaande regels en richtlijnen zijn opgebouwd rond bepaalde informatie die nodig is om te beoordelen of een stof veilig is. Soms is de vraag zo geformuleerd dat een dierproef nog steeds de gebruikelijke manier is om die informatie te krijgen.

“Dan moet je soms dus ook opnieuw kijken naar de vraag,” legt Anne uit. “Welke informatie hebben we werkelijk nodig om iets over veiligheid te kunnen zeggen? En kunnen we die informatie ook op een andere manier verzamelen? Om proefdiervrije methoden écht de norm te laten zijn, moet er dus op veel meer plekken iets veranderen dan alleen in het lab.”

Daarvoor zijn veel meer mensen nodig dan alleen toxicologen in het lab. Anne noemt risicobeoordelaars, datawetenschappers, beleidsmakers, regelgevende instanties, sociaalwetenschappers en psychologen. Want behalve techniek spelen ook vertrouwen, gewoonten, belangen, waarden en praktische bezwaren een rol. “Wij als wetenschappers vanuit de toxicologie denken soms: we kunnen alles technisch oplossen,” zegt ze. “Maar inmiddels weten we dat het een systeemverandering is.”

Juist die verandering fascineert Anne. “Ik ben vooral nieuwsgierig naar verandering terwijl die plaatsvindt. Welke denkpatronen schuiven? Waar ontstaat weerstand? En hoe krijg je verschillende perspectieven bij elkaar?”

“Wij als wetenschappers vanuit de toxicologie denken soms: we kunnen alles technisch oplossen. Maar inmiddels weten we dat het een systeemverandering is.”

Anne Kienhuis – hoogleraar Toxicologie (Universiteit Utrecht) en senior onderzoeker (RIVM)

Schaken op verschillende borden

Dat verbinden blijkt precies haar kracht. Anne begeleidt onderzoekers, zit in internationale werkgroepen, denkt mee over richtlijnen en validatie en probeert voortdurend te zien wat op verschillende plekken gebeurt. “Ik ben eigenlijk aan het schaken op heel veel verschillende borden,” zegt ze grinnikend.

Ze hoort in het ene overleg iets wat voor een andere onderzoeker interessant is. Ze ziet waar regelgeving en techniek nog niet op elkaar aansluiten en verbindt vragen uit verschillende werelden met elkaar.

“Ik ben absoluut een teamplayer,” zegt ze. “Ik praat met verschillende partijen, ontdek waar de connectie zit en probeer mensen bij elkaar te brengen.” Lange tijd zag ze zichzelf daarbij vooral als een soort souffleur: iemand die op de achtergrond verbindingen legt en anderen helpt verder te komen. Door haar hoogleraarschap verandert dat. Ineens staat ze zelf op de voorgrond. Ze lacht als ze het vertelt, maar geeft ook toe dat ze daaraan moet wennen.

Tegelijk blijft haar technische achtergrond belangrijk. Ze hoeft niet meer zelf iedere techniek te ontwikkelen, maar moet wel voldoende begrijpen om specialisten met elkaar te verbinden. Daarom vindt ze het bijvoorbeeld leuk om proefschriften te beoordelen. “Dat is echt een cadeautje dat bij deze leerstoel hoort. Zo blijf ik toch dicht bij de nieuwste technische ontwikkelingen.”

professor anne kienhuis close up

Wetenschap, beleid en maatschappij

Ook de leerstoel brengt verschillende werelden bij elkaar. De Universiteit Utrecht biedt de academische omgeving voor onderzoek en opleiding. Vanuit het RIVM kent Anne de wereld van risicobeoordeling, beleid en regelgeving. Proefdiervrij voegt daar nadrukkelijk het maatschappelijke perspectief aan toe.

Dat betekent meer dan alleen financiële ondersteuning. Proefdiervrij stelt ook vragen die vanuit wetenschap of beleid niet als eerste op tafel komen. Wanneer is een proefdiervrije innovatie bijvoorbeeld werkelijk proefdiervrij? Ook bij onderzoek met menselijke cellen kunnen nog dierlijke producten worden gebruikt. Anne neemt zo’n vraag vervolgens mee in haar overleggen.

Juist daarin zit volgens haar de kracht van de samenwerking. Een nieuwe methode kan wetenschappelijk uitstekend zijn, maar om uiteindelijk echt gebruikt te worden moeten ook beoordelaars, beleidsmakers en regelgevende instanties ermee uit de voeten kunnen én moeten maatschappelijke vragen worden meegenomen. “Wetenschap, beleid en maatschappij zijn echt één geheel.” Voor ons is de steun aan de leerstoel daarom niet alleen een investering in de ontwikkeling van nieuwe methoden. Het gaat juist ook om die ingewikkelde stap daarna: zorgen dat proefdiervrije wetenschap vertrouwen krijgt, wordt geaccepteerd en uiteindelijk daadwerkelijk wordt toegepast. Alleen dan kan een veelbelovende innovatie bijdragen aan het vervangen van dierproeven.

De norm veranderen

Waar hoopt Anne aan het einde van haar leerstoel te staan? Ze zucht even. Haar doel is helder: proefdiervrije methoden zijn dan de norm in de risicobeoordeling. Niet alleen in de wetenschap, maar voor alle betrokken partijen, ook op beleidsniveau.

Tegelijk weet ze hoe ingewikkeld de weg daarnaartoe is. Ze vergelijkt het systeem met een dashboard vol knoppen. Nu wordt er soms hard aan een knop gedraaid die nauwelijks iets in beweging zet, terwijl bij nader inzien blijkt dat eerst ergens anders iets moet gebeuren. De komende jaren wil ze vooral ontdekken welke knoppen er werkelijk toe doen.

“Ik denk dat we aan het einde van de leerstoel in ieder geval de knoppen hebben geïdentificeerd.” Ze lacht. “Ik weet nog niet of we er dan al aan gedraaid hebben.”

Op 9 december spreekt Anne haar oratie uit. Daarin zal ze verder ingaan op de vraag hoe proefdiervrije methoden niet alleen ontwikkeld, maar ook daadwerkelijk toegepast kunnen worden.

kweekschaaltje in het lab van anne kienhuis

Over Proefdiervrij
Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over wie we zijn als samenleving. Zeker als die dieren worden gebruikt in onderzoek dat bedoeld is om mensen beter te maken. Proefdiervrij werkt aan een wereld zonder dierproeven, door mensgerichte, proefdiervrije wetenschap zichtbaar te maken en te versnellen.

Die verandering is al in gang. Steeds vaker worden dierproeven vervangen door mensgerichte modellen die beter laten zien wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Toch blijven dierproeven vaak de standaard. Met 2030 als stip op de horizon werken we toe naar een kantelpunt waarin proefdiervrije methoden de norm zijn. Zo helpen we loslaten wat niet meer past en bouwen we aan onderzoek dat mensen helpt, zonder dieren onnodig te gebruiken.

Het is tijd voor menselijkheid. De toekomst is proefdiervrij!