In het kort:
- Onderzoeker Anusca Rader ontwikkelt proefdiervrije modellen om virussen zoals HIV en corona te onderzoeken.
- Ze werkt met menselijke mini-orgaantjes (organoids) die de darm nabootsen.
- Deze modellen laten beter zien wat er echt gebeurt in het menselijk lichaam dan dierproeven.
- Haar onderzoek richt zich op het versterken van menselijke cellen tegen virussen.
- Volgens Anusca zijn proefdiervrije innovaties niet alleen diervriendelijker, maar ook betrouwbaarder voor mensen.
- Ze wil laten zien dat wetenschap zonder proefdieren mogelijk én beter is.
Nieuwe kansen in virusonderzoek
“Hoe gekker dieren eruit zien, hoe leuker ik ze vind,” zegt onderzoeker Anusca Rader lachend, wanneer gevraagd wordt naar haar lievelingsdier. Een specifieke favoriet heeft ze niet. Wel is ze de laatste tijd fanatiek vogelaar. Met haar camera trekt ze eropuit om bijzondere vogels te spotten. “Soms loop ik zelfs achter een ontsnapte pelikaan aan in de polder,” vertelt ze enthousiast. Die liefde voor dieren past bij de manier waarop ze wetenschap bedrijft: mensgericht én proefdiervrij.
Nog maar kort geleden promoveerde Anusca op onderzoek naar virussen als HIV, dengue en SARS-CoV-2, het virus dat COVID-19 veroorzaakt. In haar werk onderzocht ze hoe deze virussen menselijke cellen binnendringen en hoe je dat proces kunt stoppen. En dat zonder proefdieren te gebruiken.
Menselijke darmmodellen
Voor haar onderzoek werkte Anusca met menselijke modellen die de darm nabootsen. Ze gebruikte daarvoor zogenoemde organoids: mini-orgaantjes die in het lab worden gekweekt uit menselijke cellen. Maar ze ging nog een stap verder. “Bij standaard organoids zit de binnenkant van de darm eigenlijk verstopt aan de binnenzijde van het model,” legt ze uit. “Dat maakt het lastig om precies te onderzoeken hoe een virus binnenkomt.”
Daarom ontwikkelden de onderzoekers een aangepast model waarbij de organoids werden opengevouwen en gecombineerd met menselijke immuuncellen. Zo ontstond een model dat beter lijkt op de echte menselijke darm. Dat is belangrijk, zegt Anusca, omdat virussen zich vaak heel specifiek gedragen in menselijke cellen. “Bij infectieziekten maakt het enorm uit of je naar een mens, een dier of zelfs een ander celtype kijkt. Juist daarom wilden we werken met menselijke modellen.”
Met die modellen kon Anusca volgen hoe virussen menselijke cellen infecteren: van het eerste contact tot het moment waarop nieuwe virusdeeltjes worden aangemaakt.
Menselijke cellen versterken
Een belangrijk onderdeel van Anusca’s onderzoek draaide om autofagie. Dat is een natuurlijk opruim- en verdedigingssysteem van menselijke cellen. Via autofagie kunnen cellen beschadigde onderdelen afbreken en ongewenste indringers opruimen.In plaats van het virus zelf aan te vallen, probeerde Anusca juist de menselijke cel sterker te maken.
“Veel medicijnen richten zich direct op het virus,” vertelt ze. “Wij onderzochten juist of we de afweermechanismen van de menselijke cel konden beïnvloeden, zodat het virus zich minder goed kan verspreiden.”

Promotor Carla Ribeiro (links) en Anusca Rader na de verdediging van haar proefschrift.
Dat bleek veelbelovend. Door processen rond autofagie te veranderen, konden infecties met HIV en SARS-CoV-2 in de modellen worden geremd. Sommige van de stoffen die daarvoor werden getest bestaan zelfs al als medicijnen voor andere aandoeningen. Volgens Anusca laat dat zien hoeveel potentie mensgerichte modellen hebben. “Je kunt heel snel verschillende stoffen testen in een systeem dat echt relevant is voor mensen.”
Waarom muizenonderzoek niet altijd werkt
Een belangrijk inzicht uit haar onderzoek is dat dierproeven bij virusonderzoek vaak tekortschieten. Zeker bij HIV blijken menselijke en dierlijke afweerreacties fundamenteel van elkaar te verschillen. “Zo hebben bepaalde apensoorten bijvoorbeeld een eiwit dat hen beter beschermt tegen HIV-achtige virussen”, zegt ze. “Mensen hebben dit eiwit ook, maar het werkt bij ons niet op dezelfde manier. Daardoor kun je resultaten uit dierenonderzoek niet zomaar vertalen naar mensen.”
Volgens haar is dat precies waarom mensgerichte modellen nodig zijn. “Anders blijf je dieren aanpassen zodat ze steeds meer op mensen lijken. Ik wil met mijn onderzoek een pionier zijn in het ontwikkelen en implementeren van proefdiervrije modellen. Ook wil ik sceptische collega’s laten zien dat deze modellen beter zijn dan traditionele modellen met dierproeven.”
Jonge wetenschapper in een wereld vol dierproeven
Want hoewel proefdiervrije modellen steeds serieuzer worden genomen, zijn dierproeven in veel onderzoeksvelden nog steeds de norm. Dat merkte Anusca ook tijdens haar promotieonderzoek. “Op congressen reageren onderzoekers vaak heel enthousiast. Mensen willen weten hoe ze zulke modellen zelf kunnen gebruiken.”
Maar zodra onderzoek gepubliceerd moet worden, ontstaat soms weerstand. “Reviewers vragen dan toch: waarom hebben jullie dit niet ook in muizen getest?” Dat betekent dat onderzoekers die proefdiervrij werken zich extra moeten bewijzen. “We moesten vaak met meerdere technieken aantonen dat onze resultaten echt kloppen.”
Anusca’s onderzoek laat ook een groter probleem binnen de wetenschap zien: animal methods bias. Daarbij krijgen onderzoeken mét dierproeven vaak sneller vertrouwen of publicatiekansen dan volledig proefdiervrije studies. Onderzoekers die werken met menselijke modellen moeten daardoor vaak extra bewijs leveren, terwijl deze modellen juist beter kunnen voorspellen wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Volgens Anusca is het tijd dat innovatieve, mensgerichte wetenschap op eigen kracht wordt beoordeeld — en niet langer standaard wordt vergeleken met dierproeven.
Toch ziet Anusca de ontwikkeling de goede kant op gaan. Zeker sinds de coronapandemie groeit de interesse in proefdiervrije, mensgerichte modellen enorm. Volgens haar kunnen deze technieken in de toekomst cruciaal zijn bij nieuwe pandemieën. “De snelheid is een groot voordeel. Veel modellen bestaan al. Daardoor kun je direct medicijnen testen zodra een nieuw virus opduikt.”
Waarom de toekomst mensgericht is
Voor Anusca is de keuze voor proefdiervrij onderzoek niet alleen wetenschappelijk, maar ook persoonlijk. Ze groeide op met dieren en heeft moeite met het idee dat dieren lijden voor onderzoek dat vaak beperkt vertaalbaar blijkt naar mensen. “Als dierproeven echt alle ziektes zouden oplossen, was het misschien een ander verhaal,” zegt ze. “Maar zo werkt het niet. Er is veel dierenleed, terwijl veel resultaten uiteindelijk niet direct toepasbaar zijn voor mensen.”
Volgens haar ligt de toekomst daarom bij mensgerichte wetenschap: modellen die direct gebaseerd zijn op menselijke biologie en die beter voorspellen wat er in patiënten gebeurt. “Als we echt willen begrijpen hoe ziektes bij mensen werken, moeten we investeren in menselijke modellen. Daar zit de innovatie. Niet in nóg betere muizenmodellen. Menselijke modellen geven antwoorden die muizen niet kunnen geven.”
Onze bijdrage aan mensgericht onderzoek
Met haar onderzoek laat Anusca zien hoeveel potentie proefdiervrije, mensgerichte modellen hebben voor virusonderzoek. Door menselijke modellen te gebruiken in plaats van dierproeven, konden infecties met HIV en SARS-CoV-2 worden geremd én snel verschillende stoffen worden getest.
Wij vinden het belangrijk om onderzoekers zoals Anusca te ondersteunen: jonge wetenschappers die laten zien dat het anders kan. Door proefdiervrije innovaties te stimuleren en zichtbaar te maken, werken we samen stap voor stap aan een toekomst zonder dierproeven.
Ons streven is een proefdiervrije wereld die beter is voor dier en mens, maar dit kunnen wij natuurlijk niet alleen. Daarom steunen wij wetenschappers die proefdiervrije innovatie mogelijk maken. Doe jij proefdiervrij onderzoek of wil jij dit doen? Je kan bij ons steun aanvragen.
Over Proefdiervrij
Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over wie we zijn als samenleving. Zeker als die dieren worden gebruikt in onderzoek dat bedoeld is om mensen beter te maken. Proefdiervrij werkt aan een wereld zonder dierproeven, door mensgerichte, proefdiervrije wetenschap zichtbaar te maken en te versnellen.
Die verandering is al in gang. Steeds vaker worden dierproeven vervangen door mensgerichte modellen die beter laten zien wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Toch blijven dierproeven vaak de standaard. Met 2030 als stip op de horizon werken we toe naar een kantelpunt waarin proefdiervrije methoden de norm zijn. Zo helpen we loslaten wat niet meer past en bouwen we aan onderzoek dat mensen helpt, zonder dieren onnodig te gebruiken.

