Waarom mensgerichte wetenschap aan momentum wint – en oude gewoonten de transitie vertragen

Op 24 april 2026 nodigden we Jarrod Bailey uit voor ons Proefdiervij-evenement: ‘Orde uit Chaos’. Zijn keynote-presentatie zat vol hoopvolle inzichten en een heldere visie op hoe we de transitie naar een toekomst zonder proefdieren kunnen maken. Voorafgaand aan zijn speech interviewden we hem over zijn overtuigingen en zijn visie op proefdiervrij onderzoek.

Zijn mening is duidelijk: als het aan Jarrod Bailey ligt, zouden we vandaag nog stoppen met dierproeven. Maar hoe bereiken we dat? We vroegen Jarrod naar zijn ideeën, zijn werk en wat er nodig is om de overgang naar diervrij onderzoek te versnellen. Duik in zijn bijzonder humane universum en laat je inspireren door wat volgens hem wél mogelijk is: een toekomst zonder dierproeven.

“In plaats van angst voor verandering, is er nu de angst om iets te missen”

Wie is Jarrod Bailey?

Jarrod Bailey is Directeur Medisch Onderzoek bij het Physicians Committee for Responsible Medicine en is vastberaden om mensgericht, proefdiervrij onderzoek wereldwijd verder te brengen. Samen met zijn team werkt hij aan een versnelling van de proefdiervrije transitie door veranderingen aan te jagen in de wetenschap, politiek en financieringsmogelijkheden. Met ruim 20 jaar ervaring en talloze publicaties op zijn naam, laat hij zien dat onderzoek niet alleen diervriendelijker kan zijn, maar ook beter voor de mens.  

In Nederland is de organisatie Physicians Committee for Responsible Medicine misschien wat minder bekend, maar in de USA is het een grote speler. Tekenend is dat mega-popartiest Moby zijn volledige gage van het optreden op muziekfestival Coachella in 2026 heeft gedoneerd aan 4 nonprofits op het gebied van dierenwelzijn, waaronder PCRM. 

Deel 1. De transitie wint aan momentum

“Ik ben erg enthousiast over het hele vakgebied. Sinds ik bijna een kwart eeuw geleden het lab verliet – en ik voel me nu heel oud – is er ontzettend veel gebeurd. Niet zoveel als ik had gehoopt; niet zoveel als ik denk dat er had moeten gebeuren; maar er zijn wel heel veel positieve dingen gebeurd.”

“Wat ik zie is dat veel onderzoekers zich beginnen te richten op een toekomst zonder dieren; een toekomst die specifiek gericht is op de mens. Beleidsveranderingen ondersteunen dit. Financiering ondersteunt het. Uitgevers ondersteunen het. Het wordt mainstream in plaats van een niche. Er is nu geen angst meer voor verandering, maar de angst om iets te missen.”

“En dat alles komt voort uit het besef dat verandering moet plaatsvinden, dat het veel voordelen zal hebben, en dat het goed zal zijn voor de dieren. En dat het zal leiden tot medisch voordeel voor patiënten. Dus het zal mensen ten goede komen, en het zal de maatschappij geen miljarden dollars kosten om mensen met ernstige ziekten te verzorgen. Ik zie een groeiend enthousiasme voor proefdiervrije innovatie. En het is aan (onder meer) de Proefdiervrij Venture Challenge om de echte innovators te laten zien die dit mogelijk maken, die daadwerkelijk de verandering teweegbrengen.”

“In mijn carrière heb ik altijd kritiek geuit op dierproeven en gepleit voor een verandering, om het publiek te informeren, om wetenschappers te informeren en om financiers van onderzoek te informeren. Ook heb ik me gericht op politici die de financiering en het beleid bepalen. Ik zei: we moeten afstappen van dierproeven. De ouderwetse methoden zijn als een spreekwoordelijke muur waar zoveel onderzoek keer op keer tegenaan is gelopen, maar dit zit diep geworteld in de wetenschap wereldwijd. ‘Zo doe je onderzoek’, zeiden mensen dan – en daarvoor gebruik je dieren. We hebben allemaal longen, een hart en ogen. Maar daarbij wordt niet gekeken naar de verschillen die het gebruik van dieren misleidend maken. Het is erg moeilijk geweest om degenen die de verandering kunnen bewerkstelligen, daartoe te overtuigen. Maar het wordt steeds gemakkelijker; omdat mensen nu zelf om deze informatie beginnen te vragen.”

jarrod bailey tijdens het Proefdiervrij event

Jarrod Bailey

tijdens het Proefdiervrij event 2026

Deel 2. Een persoonlijk verhaal over niet met dieren willen werken

“Ik heb nooit met dieren gewerkt omdat ik dat nooit wilde. Sterker nog, ik heb als student een zeer prestigieuze promotieplaats afgeslagen omdat ze niet konden garanderen dat ik op een gegeven moment niet met dieren zou moeten werken, in welk project dan ook. En ik zei: dat kan ik niet. Dus ik heb nooit met dieren gewerkt.”

“Wat me ertoe heeft aangezet om iets te doen tegen het gebruik van dieren, in plaats van gewoon door te gaan met onderzoek? Ik denk doordat ik zag hoeveel onderzoekers dieren gebruikten, terwijl daar absoluut geen noodzaak voor was. Ze genereerden data die niet relevant was voor mensen, die zelfs misleidend was, en ze raakten daar erg gefrustreerd over.”

“Daarom schreef ik in 2003, tijdens mijn lunchpauzes in het lab, naar dertig verschillende onderzoeksgroepen: dit is wat ik doe, dit is mijn achtergrond in genetica, ik ben onderzoeker. Ik wil jullie helpen om onderzoek te doen zonder dieren – iets wat jullie ook proberen te bereiken. Kan ik iets voor jullie betekenen?”

“Aan mijn eerste project werkte ik in mijn vrije tijd; zo ben ik erin gerold. Dat was 23 jaar geleden en nu ben ik hier. En wat bijzonder is: het Physicians Committee for Responsible Medicine, waar ik nu al bijna drie jaar werk, was de organisatie die me aanvankelijk dat eerste project heeft gegeven, op basis van die eerste brieven.”

Deel 3. Waarom oude gewoonten ons tegenhouden

“Het is moeilijk om de grootste barrière in de overgang naar proefdiervrij onderzoek te definiëren, omdat het er veel zijn, die ook door wetenschappers erkend en beschreven zijn. Maar als je mij vraagt wat de grootste is, zeg ik: de menselijke natuur en gewoontes. Mensen raken gewend aan een bepaalde manier van werken en krijgen oogkleppen op. En – niet iedereen, dit is een generalisatie – te veel onderzoekers willen gewoon doorgaan, financiering blijven ontvangen en blijven publiceren. In plaats van echt wetenschappelijk te zijn, naar het bewijs te kijken en te zeggen: ‘Dit werkt niet, we moeten veranderen. Dit kan beter.’ Gelukkig zijn er ook genoeg wetenschappers die de noodzaak tot verandering inzien en die verandering mogelijk maken.”

“Ik denk dat gewoontes diep geworteld zijn in de wetenschap. En ik denk dat we tot op zekere hoogte empathisch moeten zijn, of in ieder geval: moeten proberen te begrijpen waarom mensen gewoontedieren zijn. Want als je je hele leven aan iets hebt gewijd, is het niet prettig om te horen dat het tijdverspilling is geweest. Niet fijn om te horen dat je het mis hebt en dat je werk weinig of niets waard is.”

“We moeten dat erkennen en we moeten onderzoekers helpen. Dat begint nu te gebeuren: met training, scholing en financiering. En met bedrijven zoals in de Proefdiervrij Venture Challenge, start-ups die de tools leveren die wetenschappers inspireren en voorzien in wat ze nodig hebben. Alles komt nu tot bloei. Daarom denk ik dat we het omslagpunt gepasseerd zijn. Dit gebeurt nú, dat is echt geweldig.”

“Er zijn nog steeds wetenschappers die zich verzetten en menen dat we niet kunnen stoppen met het gebruik van dieren. Maar zij vormen nu de minderheid, een niche, de dwarsdenkers – niet degenen die verandering willen. Ik denk dat dat cruciaal is.”

Proefdiervrij event met Jarrod Bailey

Jarrod Bailey

tijdens het Proefdiervrij event 2026

Deel 4. Als je trouw bent aan de wetenschap, volg je het bewijs

“We kunnen het hebben over allerlei ziekten en aandoeningen waarbij onderzoek heeft gefaald. Statistieken laten zien dat ruim 9 van de 10 medicijnen die veilig en effectief lijken bij dieren, uiteindelijk falen vanwege de veiligheid en werkzaamheid bij mensen* (zie bronvermelding). Dat is vernietigend, en daar valt niet omheen te draaien: het is bewijs van falen.”

“We weten dat het gebeurt, waarom het gebeurt en wat we in plaats daarvan kunnen doen: we kennen de genetica en moleculaire biologie erachter. Des te meer reden om ermee te stoppen. Maar waarom doen we dat niet? Een vergelijking. Het is alsof je je autosleutels kwijt bent en je zoekt ze onder de lantaarnpaal, want daar is het licht om iets te zien. Maar je weet eigenlijk wel dat je je autosleutels daar niet hebt laten vallen. Je kijkt daar alleen maar, omdat daar toevallig het licht is. Dat is wat mensen doen. Maar: ze moeten een zaklamp pakken om te kijken waar ze hun sleutels hebben laten vallen, want dáár liggen ze. Ik denk dat veel wetenschappers zich dat nu realiseren; dit zijn echt opwindende technologieën. Ze brengen ons op plekken waar we nog nooit zijn geweest en mensen moeten dat accepteren.”

“Wetenschap is gebaseerd op het verzamelen van al het beschikbare bewijs en daaruit de realiteit afleiden. Of je die realiteit nu leuk vindt of niet. We zijn pas echt wetenschappelijk bezig als we al het bewijs samenvoegen en ons afvragen: ‘Wat is de beste aanpak?’ En nu ontdekken we – niet verrassend – dat een specifieke aanpak voor de mens de beste is. We hebben geen methoden nodig die gebaseerd zijn op honden, apen en ratten. Als je dat inziet, ben je pas echt wetenschappelijk bezig.”

“Maar omdat we altijd dieren hebben gebruikt, is veel wetenschap gebaseerd op dierproeven. Het is mainstream geworden. En daardoor is er een vooroordeel, de ‘animal methods bias’. Als iemand je data geeft die niet met behulp van dieren is gemaakt, dan vragen mensen om data met dieren. En dat vooroordeel betekent dat je (vaak) alleen financiering of een publicatie krijgt als het onderzoek met dieren is uitgevoerd. Het is absurd, want we weten dat er overweldigend bewijs is dat het gebruik van dieren onnodig is, en dat data vanuit dieren vaak niet relevant is voor de mens. Dat vooroordeel maakt het moeilijk voor onderzoekers die mensgerichte methoden gebruiken om financiering te krijgen, en om de fantastische mensgerichte data die ze genereren te kunnen publiceren.

“Te veel wetenschappers zeggen: kun je het testen op dieren en dan vergelijken met de data met mensen? Het is ontzettend belangrijk om daar tegenin te gaan en data zonder dieren te publiceren, en toch echt goede wetenschap te bedrijven. Gelukkig is het een internationale inspanning. Als die animal methods bias (vooringenomenheid) bij dierproeven wereldwijd is – en dat lijkt zo te zijn – dan moet de strijd ertegen ook wereldwijd worden gevoerd. En ik zie: heel veel mensen doen en helpen mee.” **

Bronnen:

* ClinicalDevelopmentSuccessRates2011_2020.pdf

** https://www.animalmethodsbias.org/

Debby Weijers en Jarrod Bailey tijdens het Proefdiervrij event 2026

Debby & Jarrod

tijdens het Proefdiervrij event 2026

Deel 5. Wat moet er nu gebeuren?

“Ik denk dat steeds meer onderzoekers nieuwsgierig zijn naar NAM’s (nieuwe benaderingsmethodologieën), zelfs als ze die nog niet gebruiken. Als ze om hulp vragen, zijn er meer dan ooit mensen die willen helpen. Er is nu geen excuus meer om deze nieuwe methoden niet te gebruiken in plaats van dieren.”

“Ik krijg vaak de vraag: ‘Wanneer denk je dat we kunnen stoppen met het gebruik van dieren in onderzoek?’ Er is een heel spectrum aan meningen, van ‘nooit’ tot ‘we kunnen het morgen doen’. Ik denk persoonlijk dat we het morgen zouden kunnen doen, en dat denk ik al een tijdje. Het is niet zo dat we nu al alles hebben wat we nodig hebben in onderzoek, maar we zouden daar wel heel snel kunnen komen. Wetenschappelijk gezien zouden we er veel beter voor staan ​​als we onmiddellijk zouden stoppen met het gebruik van alle dieren, omdat ze zo misleidend zijn.”

“De realiteit is dat het niet morgen gaat gebeuren, dus hoe dan wel? Het wordt een gefaseerde aanpak. Het gaat om het afbouwen van het gebruik van dieren en het geleidelijk opbouwen van de methoden die specifiek voor mensen bedoeld zijn. Hoewel ik dit veel sneller zou willen zien gaan, denk ik dat we elk initiatief voor een gefaseerde verandering moeten omarmen.”

“En we worden daar vaak op bekritiseerd, als we een afbouw van het gebruik van dieren steunen: ‘Waarom eisen jullie niet dat het proefdiergebruik meteen stopt?’ Het simpele feit is: omdat het niet morgen stopt. Dus we moeten accepteren dat dit tijd gaat kosten. We mogen niet toestaan ​​dat de drang naar perfectie het juist handelen in de weg staat. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat het gebeurt en dat het zo snel mogelijk gebeurt – zo snel als mensen acceptabel vinden.”

“Wat ik zie als een groot probleem, is dat regelgeving rond het gebruik van dieren in onderzoek niet altijd wordt gehandhaafd. Proefdieronderzoek wordt in feite gewoon goedgekeurd door degenen die juist verantwoordelijk zouden moeten zijn voor de handhaving van strenge regels. Als je kijkt naar de goedkeuringen van ethische commissies, stellen ze misschien hier en daar een paar korte vragen. Wat ze niet doen, is met de onderzoekers om tafel gaan zitten en vragen: ‘Hoe hebben jullie naar andere mogelijkheden gezocht? Welke waren dat? Waarom hebben jullie die afgewezen? Hoe weten jullie dat het proefdieronderzoek dat jullie voorstellen, gegevens zal opleveren die echt werken en het leven van mensen zullen veranderen?’” Dat zijn de lastige vragen die iedereen die dierproeven wil doen, moet beantwoorden – en heel vaak worden ze niet gesteld. Het enige wat onderzoekers hoeven te doen is zeggen: ‘Ik heb naar alternatieven gezocht, maar die zijn er niet – dus geef me de financiering’. Ik vind dat de financiering, de goedkeuring en de publicatie van dierproeven veel te gemakkelijk verloopt. De weg vooruit is daarom: handhaving van bestaand beleid, misschien ook wat nieuw beleid, maar ook gewoon toegang tot expertise en hulp. De wil moet er zijn om hierop toe te zien, om de vragen te stellen. En helaas is die er op dit moment niet. Dus ik wil daar verandering in brengen: het goedkeurings- en financieringsproces is gewoon te gemakkelijk. Gelukkig geeft het National Cancer Institute in de VS het goede voorbeeld met hun recente aankondiging dat onderzoekers serieus moeten overwegen om methoden te gebruiken die gebaseerd zijn op mensen, en dat aanvragen voor proefdiergebruik aan een strenge beoordeling zullen worden onderworpen.”

Over Proefdiervrij
Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over wie we zijn als samenleving. Zeker als die dieren worden gebruikt in onderzoek dat bedoeld is om mensen beter te maken. Proefdiervrij werkt aan een wereld zonder dierproeven, door mensgerichte, proefdiervrije wetenschap zichtbaar te maken en te versnellen.

Die verandering is al in gang. Steeds vaker worden dierproeven vervangen door mensgerichte modellen die beter laten zien wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Toch blijven dierproeven vaak de standaard. Met 2030 als stip op de horizon werken we toe naar een kantelpunt waarin proefdiervrije methoden de norm zijn. Zo helpen we loslaten wat niet meer past en bouwen we aan onderzoek dat mensen helpt, zonder dieren onnodig te gebruiken.

Het is tijd voor menselijkheid. De toekomst is proefdiervrij!