Daar zijn ze weer: de jaarlijkse cijfers waar we liever niet op wachten, maar die laten zien hoe hard verandering nodig is. De ZoDoende-cijfers geven ieder jaar inzicht in het gebruik van proefdieren in Nederland, al kijken we daarbij altijd bijna twee jaar terug. De nieuwste cijfers, over 2024, laten zien dat de overgang naar proefdiervrije innovaties achterblijft. Juist daarom moeten we nu investeren in oplossingen die over twee jaar wél zichtbaar zijn in de cijfers.
In het kort:
- In Nederland werden 435.263 dierproeven geregistreerd in 2024: ruim 21.500 meer dan een jaar eerder.
- Hoewel een groot deel van de dierproeven (230.000) niet wettelijk verplicht is, is juist het wettelijk verplichte deel de afgelopen jaren sterk toegenomen: van 32% in 2022 naar 40% in 2024.
- In 2024 werden 241.683 dieren gedood vóór gebruik in een dierproef of na de fok. Deze proefdieren vallen buiten de eerdergenoemde cijfers.
- De toekomst is mensgericht: door te kiezen voor innovatieve onderzoeksmethoden kunnen we dierproeven stap voor stap overbodig maken.
Wat is de ZoDoende?
Allereerst, wat is dit rapport met zo’n aparte naam eigenlijk? Elk jaar laat het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het ZoDoende-jaaroverzicht opstellen en publiceren door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Hierin staat hoeveel dierproeven er in Nederland zijn uitgevoerd, voor welke doelen en met welke diersoorten. Ook bevat het rapport cijfers over dieren die worden gefokt voor onderzoek, maar uiteindelijk nooit in een proef terechtkomen.
Vooruitgang op de langere termijn
Dat in 2024 het aantal dierproeven is toegenomen, is teleurstellend. Maar één jaar vertelt nooit het hele verhaal. Kijken we naar de langere termijn, dan zien we dat het aantal dierproeven de afgelopen decennia flink is gedaald. Die ontwikkeling is geen toeval: door te investeren in proefdiervrije innovaties, samen te werken met wetenschappers en beleid te beïnvloeden, helpen we de omslag naar een proefdiervrije toekomst te maken.
Denk bijvoorbeeld aan het Europese verbod op dierproeven voor cosmetica, dat in 2013 een feit werd. Daar hebben wij ons, samen met jullie, jarenlang hard voor gemaakt. Met resultaat: het aantal dierproeven daalde daarna drastisch. Maar we zijn er nog niet, blijkt wederom uit deze nieuw gepresenteerde cijfers.
Waarom zijn deze cijfers belangrijk?
Ze laten zien of Nederland daadwerkelijk werk maakt van de overgang naar proefdiervrije wetenschap. De nieuwste cijfers zijn daarom een belangrijk signaal: in 2024 werden 435.263 dierproeven geregistreerd, 21.517 meer dan een jaar eerder. Dat terwijl er steeds meer mensgerichte onderzoeksmethoden beschikbaar zijn die dierproeven kunnen vervangen.
Tegelijkertijd laten de cijfers over langere tijd zien dat verandering wél mogelijk is. Tussen 2015 en 2024 daalde het aantal dierproeven met ongeveer 20%. Maar die vooruitgang is ongelijk verdeeld. Bij sommige diersoorten en onderzoeksgebieden zet de daling door, terwijl andere juist een stijging laten zien.
Zo neemt het aantal dierproeven bij de meeste diersoorten af, maar steeg het gebruik van bijvoorbeeld katten, ratten en vissen. Dat vissen zo’n groot aandeel vormen, betekent overigens niet automatisch dat er meer dierproeven voor menselijk onderzoek worden gedaan. “Een deel van deze proeven wordt uitgevoerd ten behoeve van de vis zelf, bijvoorbeeld voor migratiestudies. Daar hebben proefdiervrije, menselijke modellen helaas geen invloed op,” legt onze directeur Debby uit.
Pijn, stress en toezicht in het proefdiersysteem
Dat het Nederlandse proefdiersysteem nog altijd volop draait, blijkt niet alleen uit het grote aantal dierproeven, maar ook uit het intensieve toezicht dat nodig is. In 2024 voerde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) honderd inspecties en audits uit bij instellingen die dierproeven uitvoeren of proefdieren fokken en afleveren. Daarbij werden 37 overtredingen vastgesteld, onder meer op het gebied van dierenwelzijn, projectvergunningen en pijnbestrijding.
Ook de cijfers over het ongerief dat proefdieren ervaren, laten zien hoe ingrijpend dierproeven kunnen zijn. Na afloop van iedere proef beoordeelt de vergunninghouder het ervaren ongerief op basis van een welzijnsevaluatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vier categorieën: terminaal onder anesthesie, licht, matig en ernstig. Van de 352.955 geregistreerde dierproeven in 2024 werd 63,5% ingedeeld als licht ongerief, 28,1% als matig, 1,1% als ernstig en 7,4% als terminaal onder anesthesie.
In de ZoDoende wordt vaak gesproken over ‘ongerief’. Dat is de wetenschappelijke term voor het leed dat proefdieren ervaren, zoals pijn, stress, angst of ziekte. Een neutraal woord voor iets dat allesbehalve neutraal is. Daarom noemen wij het liever zoals het is: achter de term ongerief gaat dierenleed schuil. Soms moet je het beestje gewoon bij de naam noemen. Lees meer voorbeelden van verdoezelend taalgebruik rondom proefdieren in deze download.
Dat de meeste dierproeven onder de categorie licht ongerief vallen, betekent niet dat dieren geen pijn, stress of angst ervaren. Volgens de Nederlandse definitie gaat het om procedures die slechts kortdurende of milde pijn, stress of schade veroorzaken. Toch gaat het ook dan om een belasting voor het dier. Bovendien werden ruim 99.000 dierproeven beoordeeld als matig ongerief en bijna 3.900 als ernstig ongerief. De cijfers maken duidelijk dat jaarlijks honderdduizenden dieren worden blootgesteld aan belastende procedures. Tegelijkertijd laten de geconstateerde overtredingen tijdens inspecties zien dat zorgvuldig toezicht noodzakelijk blijft binnen een systeem waarin dieren nog altijd worden ingezet voor onderzoek.
3 belangrijke inzichten uit de ZoDoende
De nieuwste ZoDoende-cijfers laten niet alleen zien hoeveel dierproeven er worden gedaan, maar ook waar de grootste kansen liggen om ze terug te dringen. We zetten de drie belangrijkste inzichten op een rij en laten zien waarom juist deze cijfers laten zien dat ons werk hard nodig blijft.
1. Het aantal dierproeven stijgt weer
In Nederland werden 435.263 dierproeven geregistreerd in 2024: ruim 21.500 meer dan een jaar eerder, maar 20% minder dan in 2015. Debby: “De cijfers schommelen al jarenlang. In principe is het natuurlijk heel positief dat de trend dalend is, maar het zijn er nog altijd meer dan 400.000 per jaar in een klein landje als Nederland. Wat bij mij vooral blijft hangen is dat het aandeel wettelijk verplicht steeds groter lijkt te worden.”
2. Meeste dierproeven zijn niet wettelijk verplicht
Zo steeg het aantal wettelijk verplichte dierproeven van 32% in 2022 naar 40% in 2024. “Dit benadrukt voor mij wel het belang van de implementatie van de Europese roadmap,” licht Debby toe. Van de wettelijk verplichte dierproeven komt ongeveer 96% voort uit Europese wet- en regelgeving.
Maar voorlopig ligt de grootste kans bij niet-wettelijk verplichte dierproeven. Een belangrijk misverstand is namelijk dat alle dierproeven wettelijk verplicht zijn. Bijna twee derde van alle geregistreerde dierproeven wordt niet uitgevoerd omdat de wet dit verplicht. Van de 352.955 dierproeven volgens de Europese registratie werden:
- 122.491 dierproeven (34,7%) uitgevoerd omdat wetgeving dit voorschrijft;
- 230.464 dierproeven (65,3%) uitgevoerd zonder wettelijke verplichting.

Waarom zijn de Europese cijfers lager?
Debby: “Dieren die zijn gedood zonder dat er eerst een handeling op hen is uitgevoerd, bijvoorbeeld voor het gebruik van organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen, telt Nederland mee als dierproef, terwijl andere EU-landen deze categorie niet op dezelfde manier rapporteren. Daardoor vallen de Nederlandse cijfers hoger uit dan de Europese registratie.”
3. Honderdduizenden dieren buiten de cijfers
In 2024 stierven of werden 241.683 proefdieren gedood vóórdat ze in een dierproef werden gebruikt of nadat ze waren ingezet voor de fok. Vaak gaat het om dieren die niet de juiste genetische eigenschappen hebben voor een onderzoek of simpelweg ‘over’ zijn. Zo worden in sommige onderzoeken alleen mannelijke dieren gebruikt, waardoor de vrouwtjes niet nodig zijn. Het grootste deel van deze dieren bestaat uit genetisch gemodificeerde muizen en zebravissen. Deze dieren zijn meestal niet zichtbaar in de bekende cijfers over dierproeven, maar maken wel degelijk onderdeel uit van het proefdierensysteem.
Van dierproeven naar mensgerichte wetenschap
Heeft ons werk zin? Absoluut. De cijfers laten zien dat er nog veel moet gebeuren, maar ook waar de grootste kansen liggen. Juist omdat bijna twee derde van de dierproeven niet wettelijk verplicht is, kunnen onderzoekers vandaag al kiezen voor proefdiervrije methoden. Daarom zetten wij ons in om barrières weg te nemen, bijvoorbeeld door animal methods bias aan te pakken: de hardnekkige voorkeur voor dierproeven, ook als mensgerichte onderzoeksmethoden beschikbaar zijn.
Tegelijkertijd groeit het aandeel wettelijk verplichte dierproeven. Dat maakt het des te belangrijker om ook de regels te veranderen. Daarom investeren we in de validatie en acceptatie van proefdiervrije innovaties, zodat ze voldoen aan de eisen van toezichthouders en dierproeven stap voor stap uit wet- en regelgeving kunnen verdwijnen. Ook werken we samen met wetenschappers, beleidsmakers en Europese partners aan de implementatie van de Europese roadmap voor een proefdiervrije wetenschap.
Gelukkig laten de cijfers niet alleen zien waar het nog mis gaat, maar ook waar de oplossingen liggen. Samen met jullie werken we aan proefdiervrije innovaties die sneller worden toegepast, terwijl Nederland en Europa moeten zorgen voor de juiste voorwaarden om dierproeven echt af te bouwen. Want een toekomst zonder proefdieren vraagt om mensgerichte wetenschap. Het is tijd voor menselijkheid.
Over Proefdiervrij
Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over wie we zijn als samenleving. Zeker als die dieren worden gebruikt in onderzoek dat bedoeld is om mensen beter te maken. Proefdiervrij werkt aan een wereld zonder dierproeven, door mensgerichte, proefdiervrije wetenschap zichtbaar te maken en te versnellen.
Die verandering is al in gang. Steeds vaker worden dierproeven vervangen door mensgerichte modellen die beter laten zien wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Toch blijven dierproeven vaak de standaard. Met 2030 als stip op de horizon werken we toe naar een kantelpunt waarin proefdiervrije methoden de norm zijn. Zo helpen we loslaten wat niet meer past en bouwen we aan onderzoek dat mensen helpt, zonder dieren onnodig te gebruiken.
Het is tijd voor menselijkheid. De toekomst is proefdiervrij!
Ontdek meer


