Dr. Twan de Vries  is één van de onderzoekers in onze campagne: ‘Honden uit Hartonderzoek’. Twan schreef een blog over zijn ervaring met proefdieren.

Door Twan de Vries

Ik hou er helemaal niet van om met proefdieren te werken. Ik heb op verschillende afdelingen gewerkt waar dierproeven werden uitgevoerd. Maar ik heb het zelf altijd proberen te ontlopen. Ik heb er echt aversie tegen. Dan bestelde een collega bijvoorbeeld 100 muizen en dan vroeg ik: ‘Waarom heb je zoveel muizen nodig?’ Nee, het is echt niet prettig.

Slechtste dag in laboratorium

Mijn allerslechtste dag in het laboratorium was een dag dat ik zelf dierproeven moest uitvoeren. Ik werkte toen nog in Utrecht bij de Faculteit Diergeneeskunde en we produceerden afweerstoffen in proefdieren ten behoeve van mijn promotieonderzoek dat zich richtte op een paardenvirus. Hiertoe werd er onderhuids bij ratten of konijnen een eiwitpreparaat ingespoten zodat de dieren afweerstoffen gericht tegen bepaalde onderdelen van het paardenvirus gingen maken. Vervolgens werd er bloed bij de dieren afgetapt en werden de afweerstoffen die zich hierin bevonden gebruikt om het paardenvirus te onderzoeken. De dierenartsen van de faculteit wisten precies hoe ze dat allemaal moesten doen. Dus vroeg ik hen altijd voor dit soort klussen omdat ik het zelf eigenlijk gewoon niet kon.

‘En toen moest ik het zelf doen’

Maar op een gegeven moment kwam het zo uit dat er bloed afgetapt moest worden in de kerstperiode. Ik heb toen wederom allerlei mensen gevraagd om me te helpen, maar niemand had tijd. Ik moest toen zelf bloed gaan aftappen uit de ogen van ratjes door middel van de zogenaamde orbitapunctie. Verschrikkelijk! Mijn laboratoriumjas was helemaal doorweekt van het zweet. Ik was gestrest en de dieren merkten dat. Ik heb nog nooit zo’n slechte dag gehad in het laboratorium. Werken met proefdieren is niet voor iedereen weggelegd. Gelukkig is het lang geleden.

Probleem opgelost en proefdieren onnodig gemaakt

Toen ik in 2011 bij de Afdeling Hartziekten van het Leids Medisch Centrum kwam werken, zag ik hoe hartjes uit het lichaam van pasgeboren ratten werden gehaald. De analiste die dit doet, is een hele fijne meid en ze kan het ook echt heel goed met minimaal dierenleed. Toch vond ik het zeer onprettig om te zien.

Ik moet echter eerlijk zijn, ik ben niet bij de Afdeling Hartziekten gaan werken met het idee: Ik ga hier het proefdierwerk uitbannen. Ik ben niet louter vanuit idealistische overwegingen dit onderzoek gestart. Als je mij dus vraagt: ‘Ben je een onderzoeker die zijn carrière wijdt aan proefdiervrij maken van de wereld?’ dan is mijn antwoord niet zomaar ‘ja’. Maar als ik hieraan een bijdrage kan leveren, heel graag.

Hartspiercellen in onbeperkte hoeveelheden

Dus stelde ik mij de vraag: ‘Kunnen we niet het probleem van onvoldoende beschikbaar menselijk hartweefsel oplossen en tegelijkertijd proefdieren onnodig maken?’ Dat is gelukt in mijn onderzoek. We kunnen nu hartspiercellen in grote hoeveelheden produceren en beschikbaar stellen voor onderzoek. Dit geldt niet alleen voor ons eigen laboratorium maar in principe voor elk laboratorium ter wereld. Dat kan heel veel proefdieren gaan vervangen. Ik vind het heel fijn dat ik hieraan een bijdrage kan leveren.

Twan werkt aan de verbetering van zijn hartspiermodellen. Steun zijn onderzoek en help mee honden uit hartonderzoek te halen.

honden uit hartonderzoek