Jij vindt donordieren toch ook niet gewoon?
Jij vindt donordieren toch ook niet gewoon?
Mogen we (donor)dieren zomaar gebruiken om het wereldwijde tekort aan orgaandonoren op te lossen? Dat is het vraagstuk dat we met onze campagne Niet. Gewoon. op tafel leggen. Donordieren lijken de oplossing voor het wereldwijde tekort aan donororganen voor mensen. Maar het gebruik en doden van dieren voor onze gezondheid, is in onze ogen geen vooruitgaging of innovatie. Het lijden van dieren voor ons welzijn mag geen gewoonte worden: gewoon niet.
Wat is het probleem?
Wereldwijd is er een groot tekort aan menselijke donororganen. In Nederland alleen al staan ruim 1.000 patiënten op een wachtlijst voor een donororgaan, en veel mensen overleven deze wachtlijst niet. Op die wachtlijst staan bovendien alleen mensen die acuut een donororgaan nodig hebben. Reken je het aantal mensen mee dat op een ‘reservelijst’ staat, dan is het donortekort nog veel groter.
In het buitenland wordt door de wetenschap gezocht in donordieren: genetisch gemodificeerde proefdieren, van wie de organen getransplanteerd worden naar de mens. Wat ons betreft een trend om – in lijn met onze missie – op te reageren vóórdat deze naar Nederland komt. Want als we nu wéér naar dieren gaan grijpen om menselijke problemen op te lossen, dan is het natuurlijk dweilen met de kraan open.
Veel liever voorkomen dan wéér genezen
Want het geld dat het kost om dieren donor-klaar te maken als maatschappij, kan veel beter geïnvesteerd worden in het ontwikkelen van humane alternatieven. Zoals kunstmatige organen, het regenereren van organen en het kweken van menselijke mini-organen. We bespraken dit onderwerp ook in Proefdiervrij de Podcast, met onderzoeker Bas van Balkom.
Ruim 4.000 mensen waren het roerend met ons eens en namen de moeite dit kenbaar te maken met een handtekening onder onze petitie: Donordieren. Niet. Gewoon. Een fantastisch resultaat voor een binnenlandse petitie over een onderwerp dat in Nederland nog nooit eerder maatschappelijke aandacht kreeg,
“De mogelijke oplossingen voor het tekort aan donororganen worden vaak in twee opties gevat: van een mens en van een dier. En dat terwijl er nog meer opties zijn. Denk aan kunstmatige organen of organen ontwikkeld met behulp van regeneratieve- of vervangingsgeneeskunde. Innovatieve ontwikkelingen die wat ons betreft de toekomst hebben. ”
Debby Weijers, directeur

Veelgestelde vragen
Met proefdiervrije onderzoeksmethoden, natuurlijk. Er zijn verschillende alternatieven die het gebruik van donordieren overbodig maken in de zoektocht naar een oplossing voor het orgaantekort:
- Regeneratieve geneeskunde
Met regeneratieve geneeskunde kunnen er nieuwe behandelingen ontwikkeld worden die gebruik maken van het vermogen van het lichaam om beschadigd weefsel zelf te herstellen. Het UMC Utrecht heeft bijvoorbeeld een afdeling die zich helemaal richt op (onderzoek naar) regeneratie. - Kweken van menselijke organen
Het onderzoek naar organoids en in vitro (in kweekschaaltje) methoden, worden ook gezien als regeneratieve geneeskunde. Het kweken van menselijke organoids is op dit moment al mogelijk en is dus een grote stap in de richting van het kweken van daadwerkelijke organen. Maar op dit moment zijn organoids nog ver verwijderd van implementatie. - Kunstmatige organen
In november 2021 is er in het UMC Utrecht een volledig functioneel kunsthart geïmplementeerd bij een patiënt met ernstige hartfalen. Het kunsthart neemt de functie van het gehele hart over.
Leer meer over het kunsthart (met filmpje) via deze link. - 3D-geprinte organen
Door gebruik te maken van menselijke cellen (bio-inkt) kan er in enkele minuten een deel van het menselijk lichaam nagemaakt worden. Onderzoekers van het UMC Utrecht werken aan het mogelijk maken van deze techniek. De ontwikkeling van 3D-geprinte organen is in volle gang, maar we hebben goede hoop dat het proefdieren volledig kan vervangen in onderzoek.
Andere manieren om het donororgaan te kort aan te pakken is door de noodzaak van orgaantransplantaties te voorkomen, de mogelijkheid tot orgaandonatie meer te promoten en door gedoneerde organen, die normaal afgekeurd zouden worden, te verbeteren.
Wettelijk gezien zijn donordieren proefdieren, want de dieren worden genetisch gemanipuleerd om orgaandonatie naar mensen mogelijk te maken. De organen van donordieren worden dus gebruikt voor onderzoek, in de breedste zin van het woord.
Wel is het bijzonder om te spreken van donordieren, omdat deze dieren zelf niet deze keuze maken. Daarbij is het leed groter dan bijvoorbeeld het inbrengen van een naald en overleven de dieren de orgaandonatie vaak niet.
Op dit moment is er in de Nederlandse Donorwet nog niets vermeld over donordieren. Wel zegt de Wet op bijzondere medische verrichtingen dat het transplanteren van dierlijke organen naar de mens op dit moment in Nederland verboden is.
We moeten voorkomen dat (onderzoek naar) het gebruik van donordieren in Nederland wel wordt toegestaan – want donordieren zijn niet de oplossing voor het orgaantekort.
Dat is nu nog lastig te zeggen, omdat het gebruiken van organen van dieren nog in een beginstadium is. In de toekomst zouden hier potentieel wel veel dieren voor gebruikt kunnen gaan worden, gezien het wereldwijde grote tekort aan organen voor donatie.
Een donordier is een dier dat genetisch gemodificeerd is, zodat zijn of haar organen uiteindelijk getransplanteerd kunnen worden naar de mens. Dieren van wie de organen gebruikt worden bij een orgaantransplantatie naar de mens zijn voornamelijk grotere dieren, zoals varkens.
Om ervoor te zorgen dat de organen van dieren niet afgestoten worden door het menselijk lichaam, moeten deze dieren genetisch aangepast worden. Bij het varken waarvan het hart is gebruikt voor donatie, hebben wetenschappers tien genen aangepast. Door het varken genetisch aan te passen, verandert ook het DNA in de organen, zoals het hart. Wetenschappers schakelden drie genen in het varken uit, die normaal gesproken leiden tot afstoting bij de mens. Daarnaast voegden ze zes menselijke genen toe die de kans op acceptatie moeten vergroten. Tot slot verwijderden ze een stukje DNA van het varken om overmatige groei van het varkenshartweefsel te voorkomen.
Dieren zijn geen mensen. Zelfs met alle genetische aanpassingen kan een dierlijk orgaan toch afgestoten worden door het menselijk lichaam. Helaas blijkt dit ook uit het verdrietige nieuws dat de man, die als eerste persoon ter wereld een varkenshart ontving, is overleden. Daarom vinden wij dat tijd, geld en energie gestoken moet worden in de ontwikkeling van mensgerichte- en op de mens gebaseerde modellen voor orgaandonatie.


