Feit 1: Meer dan 90% van medicijnen die werken bij dieren, falen bij mensen
Stel je voor: een medicijn lijkt de doorbraak voor een verschrikkelijke ziekte. In het lab werkt dit medicijn perfect bij muizen. Alles wijst erop dat het ook mensen gaat helpen. Maar zodra het wordt getest in de mens? Geen werking. En dat keer op keer. En niet alleen op muizen, maar op allerlei verschillende soorten proefdieren.
Een pijnlijk patroon. Zo hebben we inmiddels al miljoenen muizen ‘genezen’ van bijvoorbeeld Alzheimer, terwijl er voor mensen nog steeds geen effectief medicijn is. En dat is geen uitzondering: maar liefst 90 tot 95 procent van de medicijnen die succesvol lijken in dierproeven, wordt uiteindelijk niet op de markt gebracht. Bij complexe ziekten zoals Alzheimer loopt dat percentage zelfs op tot 99,6 procent.
Ook de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit (FDA) erkent dit probleem. Volgens hen is de grootste barrière in medicijnontwikkeling de stap van dier naar mens. En dat is eigenlijk niet zo gek: een muis is nu eenmaal geen mens. En een lama, beagle of zebravisje ook niet.
De conclusie dat veel dierproeven gewoon niet voor mensen werken is confronterend, maar ook hoopgevend tegelijk: we testen op het verkeerde lichaam. En juist daar ligt de kans voor verandering. Want als we overstappen naar onderzoek dat gebaseerd is op de mens voorkomen we niet alleen dat er getest wordt op dieren, maar bevorderen we tegelijk mensgerichte onderzoekmodellen die beter aansluiten op de menselijke biologie… en daarmee de kans op beter werkende medicijnen!
Deel dit feit - kies je platform!
Wat is het probleem?
Het probleem is dat we medicijnen ontwikkelen op basis van dierproeven die niet goed voorspellen wat er in de mens gebeurt. Wat in een muis veelbelovend lijkt, werkt vaak niet bij mensen. De stap van dier naar mens is een zwakke schakel in het huidige systeem. We testen op een lichaam dat fundamenteel anders is dan het onze… en dat kost tijd, geld en levert weinig effectieve behandelingen op. Zo zijn dierproeven niet alleen zielig, maar remmen ze ook nog eens innovatie.
Hoe lossen we dit op?
De oplossing ligt in het verschuiven naar mensgerichte onderzoeksmethoden. Door onderzoek te baseren op menselijke biologie, bijvoorbeeld op basis van proefdiervrije mensgerichte onderzoeksmethoden, kunnen we beter voorspellen wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Zo maken we onderzoek niet alleen betrouwbaarder en effectiever, maar voorkomen we ook dierproeven. Het is dus een kans om wetenschap slimmer in te richten: beter voor patiënten en voor dieren.
Bronnen
- Biotechnology Innovation Organization. (2021). Clinical development success rates 2011–2020. https://go.bio.org/rs/490-EHZ-999/images/ClinicalDevelopmentSuccessRates2011_2020.pdf
Bekijk de volgende feiten:



