Wat fantastisch dat je donateur bent!

We stellen je betrokkenheid bij de proefdieren zeer op prijs. Door jouw bijdrage kunnen we investeren in proefdiervrij onderzoek. Zo streven we naar betere resultaten voor mens én dier. Samen met jou bouwen we aan een duurzame toekomst zonder het gebruik van proefdieren. Bedankt!

Debby Weijers
Algemeen Directeur

Onze toekomstplannen

Proefdiervrij ziet zichzelf als de motor achter de ontwikkeling van proefdiervrij onderzoek. De wereld van de wetenschap en technologie ontwikkelt zich razendsnel en nu is het het juiste moment om extra vaart te zetten achter een proefdiervrije wetenschap.

Gezondere baby’s zonder dierproeven

Prof. Aldert Piersma onderzoekt hoe ongeboren baby’s beschermd kunnen worden tegen schadelijke chemicaliën en doet dat zonder proefdieren! Het bijzondere aan zijn onderzoek is dat hij twee onderzoeksgebieden combineert die tot nu toe los van elkaar stonden: de biologie en de toxicologie. Biologen weten veel over de ontwikkeling van het menselijk embryo. Toxicologen weten veel over de effecten van chemische stoffen waarmee wij dagelijks te maken hebben. Prof. Piersma bouwt een computerprogramma waarin deze kennis moet samenkomen. Daarmee kan de ontwikkeling van ongeboren baby’’s beter worden beschermd en kunnen vele proefdieren vervangen worden. Wil jij proefdieren redden? Investeer dan samen met ons in dit project!

Even voorstellen

Prof. Aldert Piersma

Prof. Aldert Piersma

Hoogleraar reproductie- en ontwikkelingstoxicologie aan de Universiteit Utrecht

‘“In de maatschappij ontstaat steeds meer druk om ervoor te zorgen dat er minder proefdieren worden gebruikt. Onderzoekers zoals wij bij het RIVM maken die vervanging mogelijk. De tijd is rijp voor proefdiervrij onderzoek waar ik me voor de volle honderd procent voor inzet!”’

Paul de Leu

Paul de Leu

Communicatiemedewerker, Proefdiervrij

“’Door het verhaal van prof. Aldert Piersma is het mij pas echt duidelijk geworden hoe ingewikkeld en complex de ontwikkeling van eicel tot baby is. Een minimale verandering kan er al voor zorgen dat er bij een baby een hazenlip ontstaat. Het verkeerde stofje of medicijn op het verkeerde moment kan dus desastreuse gevolgen hebben! Dat hier serieus onderzoek naar wordt gedaan is erg belangrijk. Het is dan ook geweldig dat prof. Piersma onderzoek ontwikkelt waardoor niet alleen kinderen beter beschermd kunnen worden, maar ook grote aantallen proefdieren worden gered!“’

Meer over dit project

Chemische stoffen

We leven in een wereld vol chemische stoffen. Denk aan schoonmaakproducten, medicijnen, toevoegingen in voedsel, maar ook plastic in drinkflesjes en metalen in mobiele telefoons. Hoe veilig zijn die stoffen eigenlijk – voor onszelf, en voor ongeboren baby’’s? Om de veiligheid van deze stoffen te bepalen dient men ze toe aan vader- en moederratten. Dat doet men om uit te zoeken of ze er ziek van worden. Ook hun kleintjes worden getest op afwijkingen.

Het kan zonder proefdieren

Maar straks is dat niet meer nodig. Prof. Aldert Piersma denkt ánders. Hij heeft een slimme proefdiervrije testmethode uitgedacht. Dit is het idee: er wordt een computerprogramma ontwikkeld waarin twee vakgebieden samenkomen, namelijk de kennis over de ontwikkeling van ongeboren baby’s en de kennis over de giftigheid van stoffen. Zo kunnen de effecten van stoffen in kaart worden gebracht voor baby’’s die nog in de buik van hun moeder zitten. Zónder de inzet van proefdieren.

Bouw mee!

Om zoveel mogelijk proefdieren te vervangen, is het van groot belang dat het computerprogramma van prof. Piersma er komt. Hiervoor is jouw hulp hard nodig. Bouw jij met ons mee aan een proefdiervrije toekomst?

FAQ

Wat wordt bedoeld met stoffen?

Daar bedoelen we heel veel mee. Van medicijnen en schoonmaakmiddelen tot aan toevoegingen aan voedsel. Eigenlijk alles wat het menselijk lichaam binnen komt.

Wat wordt bedoeld met ontwikkelingstoxicologie?

Ontwikkelingstoxicologie is het gebied van de toxicologie waar er gekeken wordt naar de schadelijke effecten van stoffen op ongeboren baby’s. Dus wat voor een effect heeft de stof op de ontwikkeling van een foetus wanneer de moeder ermee in aanraking komt. Het kan zo zijn dat het geen probleem voor de moeder is maar dat het wel schadelijk is voor het ongeboren kind.  Het is belangrijk om te weten voor welke stoffen dit geldt, zodat zwangere vrouwen deze stoffen kunnen vermijden.

Wat is een in-vitro-model?

Een in vitro-model is een techniek waarbij een biologisch systeem buiten het intacte organisme (mens of dier) wordt nagebootst. Het gaat dan om een bepaald onderdeel van het hele organisme, bijvoorbeeld om te bestuderen hoe dat onderdeel werkt of hoe het reageert op blootstelling aan schadelijke stoffen. Meestal worden hierbij gekweekte cellen gebruikt, maar het kan ook eiwitten of enzymen betreffen. Zo kun je bijvoorbeeld bij cellen in een celkweek kijken naar de gevoeligheid voor chemische stoffen, zoals in dit onderzoek gedaan wordt. In-vitro-modellen kunnen zo inzicht geven in hoe het lichaam werkt, zonder dat we daarvoor dieren of mensen inzetten.

Wat zijn de voordelen van dit onderzoek?
  • Betere risico inschatting op basis van niet alleen dit onderzoek, maar een combinatie van methoden. Via een computerprogramma worden al die gegevens doorgerekend die uiteindelijk de interpretatie naar de mens maakt.
  • Het ethische aspect, gericht op proefdiervrije methoden
  • Het economische aspect; Het duurt in dierstudies minimaal 2 jaar om voldoende data te verzamelen in dierstudies. Terwijl je in 2 weken in humane stamcellen kunt testen. Op deze cellen kun je allerlei stoffen testen en je weet veel sneller of een stof schadelijk is. Je bepaalt zo veel sneller of een stof schadelijk is.
Heb je niet een geheel organisme nodig?

Wij zijn ervan overtuigd dat je door een serie van in-vitro methoden gecombineerd met een computermodel een betere interpretatie voor de mens kunt maken. In een muis weet je bijvoorbeeld helemaal niet wat er zich allemaal afspeelt. Bij humane cel modellen kun je veel nauwkeuriger onderzoek verrichten. Je ziet veel beter wanneer iets schadelijk is en er kan dan echt iets zinnigs gezegd worden richting de mens.

Waarom is het RIVM hierin geïnteresseerd?

Als volksgezondheidinstituut is het RIVM geïnteresseerd in de schadelijkheid van stoffen voor mensen. Door toepassing van moderne technieken wordt het mogelijk betere risicoschattingen te doen voor de mens dan met proefdieren.

Wat doen jullie als het project niet slaagt?

De verwachtingen voor dit project zijn hoog, dat hebben eerdere fases wel aangetoond. Maar de uitkomsten van onderzoek zijn natuurlijk nooit 100% zeker. Het is mogelijk dat aannames van de onderzoeker niet kloppen, maar ook dat levert belangrijke informatie op. Dit zou zelfs kunnen leiden tot andere nieuwe proefdiervrije modellen! We houden je natuurlijk op de hoogte van de voortgang.

De onderzoeker aan het woord

Prof. Aldert Piersma
Prof. Aldert Piersma
Hoogleraar reproductie- en ontwikkelingstoxicologie aan de Universiteit Utrecht

Twee vakgebieden combineren

“Er wordt al heel lang onderzoek gedaan naar chemische stoffen en de mogelijke risico’s voor de volksgezondheid. Dat is het vakgebied van de toxicologie. Er is ook heel veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van dier en mens in de periode tussen de bevruchting en de geboorte. Dat is het vakgebied van de embryologie. Als we de kennis van deze twee vakgebieden samenvoegen (dat noemen we ‘stoffen en prenatale gezondheidsbescherming’), dan maken we geheel nieuw onderzoek mogelijk waardoor bij veiligheidsonderzoek op dit gebied de proefdieren op termijn mogelijk geheel kunnen worden vervangen.

Grote aantallen proefdieren vervangen

In onderzoek naar voortplanting worden enorme aantallen proefdieren gebruikt. Bij het onderzoek of een stof een afwijking veroorzaakt in de ontwikkeling van een ongeboren dier (bijvoorbeeld een rat), bekijken onderzoekers meerdere generaties proefdieren. Dan krijgen drachtige ratten een stof toegediend, waarna de ontwikkeling van hun jongen wordt gevolgd. Om één stof te testen, zijn meerdere moederdieren nodig die elk vaak meer dan tien jongen krijgen. Al met al zijn er gemiddeld 1300 dieren nodig om één stof te testen. Dat is dan nog maar één stof.

 

Testen op menselijke cellen

Als je wilt weten of mensen risico lopen wanneer ze een bepaalde stof innemen, is het het beste om dat dan ook te testen met testsystemen die gebaseerd zijn op kennis van de situatie bij de mens. Proefdieren hebben overeenkomsten met de mens, maar er zijn ook grote verschillen, die we ook niet allemaal goed kennen. Daarom richt dit onderzoek zich op menselijke cellen. Het eerste doel van ons onderzoek is het identificeren van de juiste set proefdiervrije onderzoeksmodellen. Daarmee worden niet alleen enorme aantallen proefdieren vervangen, maar wordt het ook mogelijk om veel exacter te kunnen voorspellen of een stof gevaar oplevert voor de ongeboren vrucht van de mens.

 

Veiligheid zonder proefdieren

De klassieke regelgeving is gebaseerd op het idee dat je de veiligheid van stoffen kan waarborgen als je gebruik maakt van de serie dierproeven die nu wordt voorgeschreven. Bij onderzoek naar de vervanging van deze proeven is tot nu toe steeds gezocht naar proefdiervrije versies van afzonderlijke testen. Zo werkt het helaas niet en zo simpel is het (helaas) ook niet. Wij werken aan een batterij van testen die elkaar aanvullen en tezamen een veel beter en betrouwbaarder beeld geven van mogelijke risico’s van stoffen.

 

Dialoog met de samenleving

Het is heel speciaal dat het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) deze samenwerking aangaat met Proefdiervrij. Het RIVM neemt als overheidsorgaan een bijzondere positie in. Door het contact met de maatschappij kennen wij de wens om proefdieren te vervangen. Tegelijkertijd willen we de risicoschatting van stoffen verbeteren. Dat levert nieuwe onderzoeksvragen voor de wetenschap op. Het RIVM stimuleert ook dat uitkomsten van onderzoek terechtkomen bij diegenen die ervoor kunnen zorgen dat de regelgeving wordt aangepast. Ik vind het heel erg belangrijk dat je als onderzoeker met één voet in de maatschappij en één voet in het lab staat. In de maatschappij ontstaat steeds meer druk om ervoor te zorgen dat er minder proefdieren worden gebruikt. Onderzoekers zoals wij bij het RIVM maken die vervanging mogelijk!”

Voor een wereld zonder proefdieren

word donateur of doneer eenmalig