In het kort:
- Nu we nog aan het begin staan van 2026, leek het ons een goed moment om te kijken waar we gevoelsmatig staan in de transitie naar een proefdiervrije wereld.
- We vroegen dit aan onze beleidscollega’s Anne en Lisanne, die zich bevinden in wandelgangen van de wetenschappelijke onderzoekswereld.
Hun conclusie:
- Momenteel leunt de wetenschap nog sterk op proefdieren, maar steeds meer onderzoekers en studenten laten zien dat het anders kan.
- Gelukkig lijkt het systeem in een cultuuromslag te zitten: dierproeven als norm loslaten, op naar mensgerichte innovatie.
- Ook zijn de verwachtingen hoopvol: AI, internationale beleidsroadmaps en nieuwe proefdiervrije onderzoeksmodellen wijzen de weg naar mensgericht onderzoek.
We hebben al eventjes afscheid genomen van 2025 en zijn alweer volle bak begonnen aan 2026 met een aantal prachtige proefdiervrije ontwikkelingen. Dit leek ons een goed moment om even te kijken hoe de vlag erbij hangt: waar bevinden we ons in de transitie naar een proefdiervrije wereld? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij onze beleidscollega’s Anne en Lisanne even aan hun mouw getrokken om hier antwoord op te geven. Spoiler: er vallen nog een hoop bergen te verzetten, maar we gaan de goede kant op!
Als we een thermometer in de onderzoekswereld zouden steken om te kijken hoeveel proefdieren nog gebruikt worden, zou het kwik helaas nog wel omhoog komen. We kunnen er niet onderuit dat dierproeven nog diep verankerd zitten in de wetenschappelijke wereld: van subsidies tot publicaties, en van onderwijs tot wetenschappelijke tijdschriften. De reden dat onderzoekers en studenten botsen op een systeem dat achterloopt, al laten steeds meer wetenschappers zien dat het ook anders kan. Zij zijn de voorlopers in een cruciale cultuuromslag. Het is namelijk tijd om dierproeven los te laten als norm, en plaats te maken voor innovatie die wel aansluit bij de mens.
Mening van de maatschappij
Wie aan wetenschap denkt, denkt helaas ook vaak – onterecht – aan dierproeven. Want waarom gebruiken we dieren eigenlijk? Zo weet ruim driekwart (76 procent) van de Nederlanders niet dat 90 procent van de uitkomsten van dierproeven niet kunnen worden toegepast op de mens.*
Als je het aan onze beleidsmedewerkers vraagt, staan we vaak onvoldoende stil bij de vraag: wat willen wij als maatschappij eigenlijk met wetenschap bereiken? Zo vertelt onze collega Lisanne de Vor, medewerker wetenschap en beleid: ‘We praten nog te weinig over wat de maatschappij eigenlijk vindt van dierproeven en van de onderzoeksvragen die we stellen. Eigenlijk wordt het bepalen van welke vragen we willen beantwoorden en met welke methoden we dat doen, voornamelijk overgelaten aan wetenschappers.’
Anne Burgers, adviseur wetenschap en beleid, voegt daaraan toe: ‘Een blinde vlek is de vraag welk onderzoek we überhaupt zouden moeten uitvoeren. Is het nodig om op elke onderzoeksvraag een antwoord te hebben? Of kunnen we ook accepteren dat we iets soms niet weten?’
Op de goede weg
Hoewel het soms voelt alsof het systeem traag verandert, zien we bemoedigende voorbeelden van hoe het wél anders kan. Zo werd in het Verenigd Koninkrijk al een roadmap aangekondigd, in Nederland de subsidie voor het apencentrum in Rijswijk afgebouwd en onlangs een proefdiervrije innovatie meegenomen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.
Dat we op de goede weg zitten, merkt ook Anne. ‘Ik heb nu een paar keer gemerkt dat als we bij aanvragen voor financiering die nog deels gebruik maken van dierlijk materiaal aangeven dat wij dat niet financieren, ze daarna met een nieuw plan komen dat volledig humaan is. Het kan dus wél, er is soms maar een klein zetje nodig.’
Ook Lisanne merkt een verandering in denken op komst. ‘In mijn colleges zie ik hoe gemotiveerd de nieuwe generatie is om anders te werken. Ze worden enthousiast van alle nieuwe mogelijkheden om hun onderzoeksvraag zonder dieren te beantwoorden.
Tegelijk lopen ze er tegenaan dat het wetenschappelijke systeem daar nog niet goed op is ingericht. Bijvoorbeeld voorkeuren voor proefdieren bij begeleiders, reviewers en wetenschappelijke tijdschriften – ook wel animal methods bias genoemd.’
Vooruitkijken naar een proefdiervrije toekomst
Als we durven loslaten wat we gewend zijn, ontstaat er ruimte voor echte vooruitgang. Waar zien onze beleidsmedewerkers de grootste kansen? Anne: ‘Ik heb hoge verwachtingen van het gebruik van AI in proefdiervrije modellen om bijvoorbeeld neurowetenschappen beter vervangbaar te maken. En volgend jaar komt de Europese Unie met hun roadmap om dierproeven in veiligheidstesten voor chemicaliën uit te faseren. Ik kijk erg uit naar wat daarin staat en hoop op een vlotte implementatie!’
Lisanne doet er nog een schepje bovenop: ‘De nieuwe concrete beleidsroadmaps van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zetten steeds duidelijker in op vervanging van dierproeven. Ik hoop dat in 2026 meer werelddelen (waaronder Europa volgend jaar) volgen! Ook wordt het door bezuinigingen in de wetenschap steeds belangrijker om slimmer samen te werken en efficiëntere technieken te gebruiken. Juist proefdiervrije methoden zijn vaak efficiënter en beter voorspelbaar, dus hopelijk wordt dit een extra drijfveer om sneller de overstap te maken.’
Ombion
Een mooi voorbeeld van die overstap is dat het Ombion ( centrum voor proefdiervrije, biomedische translatie) in het leven is geroepen vorig jaar. “Het Ombion richt zich volledig op het versnellen van de implementatie van proefdiervrije methoden. Als een proefdiervrij model is ontwikkeld, moet daarna de relevantie bewezen worden, het economisch interessant worden én op de markt worden gezet. Alleen dan kunnen we op brede schaal proefdieren vervangen,” vertelt Anne.
Waar staan we nu?
Hoopvolle geluiden dus! Maar we willen natuurlijk ook weten wanneer we dan eindelijk van dierproeven af zijn. Lisanne: “Het is moeilijk in te schatten hoe lang het hele proces nog gaat duren, dus qua tijd zou ik geen punt kunnen aanwijzen. Maar de afgelopen 10 jaar zijn enorm veel proefdiervrije methoden ontwikkeld. Nu moet de focus echt liggen bij het gebruiken van deze nieuwe technieken in plaats van proefdieren.”
Anne besluit: “Wij staan wat mij betreft op een kantelpunt. Er zijn nog nooit zoveel proefdiervrije technieken, modellen en data beschikbaar geweest. Het is nu echt een kwestie van durf: durven het oude systeem los te laten en het nieuwe te omarmen. Het is niet voor niets dat steeds meer onderzoekers bewust kiezen voor een carrière zonder proefdieren: het kan echt! Zeker met alle nieuwe inzichten in de belevingswereld van dieren en de enorme impact die het heeft op hun welzijn en leven, zijn we het verplicht om bij twijfel te kiezen voor proefdiervrij. Ons doel voor 2030 is om dan bij 75% proefdiervrij biomedisch onderzoek te zijn, zo kunnen we kijken of we de goede kant op bewegen. En ja, de verwachting is dat we dat gaan halen!”
Wil jij ook af van proefdieren en samen met ons bouwen aan een toekomst die beter is voor mens en dier? Bekijk dan eens al onze projecten voor een proefdiervrije toekomst!
*Onderzoek Markteffect (2025).
Over Proefdiervrij
Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over wie we zijn als samenleving. Zeker als die dieren worden gebruikt in onderzoek dat bedoeld is om mensen beter te maken. Proefdiervrij werkt aan een wereld zonder dierproeven, door mensgerichte, proefdiervrije wetenschap zichtbaar te maken en te versnellen.
Die verandering is al in gang. Steeds vaker worden dierproeven vervangen door mensgerichte modellen die beter laten zien wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Toch blijven dierproeven vaak de standaard. Met 2030 als stop op de horizon werken we toe naar een kantelpunt waarin proefdiervrije methoden de norm zijn. Zo helpen we loslaten wat niet meer past en bouwen we aan onderzoek dat mensen helpt, zonder dieren onnodig te gebruiken.
Ontdek meer


