Apen krijgen geen hiv, tenzij wij het ze geven

Dieren opzettelijk ziek maken om iets te onderzoeken voor de mens: het klinkt onwerkelijk, maar dit is precies wat er met proefdieren gebeurt. Wist je dat er in hiv-onderzoek honderden resusapen opzettelijk worden geïnfecteerd met een virus dat zij van nature niet kunnen krijgen?

Maar met jouw hulp kan hier verandering in komen. Dasja Pajkrt ontwikkelt namelijk een model van onze hersenen en darmen waarmee de werking van het virus onderzocht kan worden.
Help mee resusapen uit hiv-onderzoek te halen.

Een aap krijgt geen hiv, tenzij wij het geven.

Je zou denken dat er geen proeven meer op apen worden gedaan. Niets is minder waar: sterker nog, het grootste apentestcentrum van Europa staat in Nederland. Ze zijn met name populair in onderzoeken naar virussen en infecties, zoals hiv. In het onderzoek naar hiv worden er per onderzoeksproject maar liefst 200 resusapen gebruikt.

Tijdens zo een onderzoeksproject, dat gemiddeld 5 jaar duurt, wordt een resusaap opzettelijk geïnfecteerd met hiv. Opzettelijk: want resusapen kunnen van nature helemaal geen hiv krijgen. De apen kunnen het virus alleen krijgen als zij in het laboratorium kunstmatig ermee besmet worden.

Nadat ze opzettelijk ziek gemaakt zijn, worden ze afgezonderd van soortgenootjes en in quarantaine geplaatst. Naast de stressvolle proeven, leiden de apen dus een zeer eenzaam bestaan.

Hoe werkt het onderzoek van Dasja?

Traditioneel wordt hiv-onderzoek gedaan met proefdieren, maar daar komt nu verandering in. Voor het eerst worden er namelijk organoids, ook wel mini-organen, gebruikt in hiv-onderzoek.

Met behulp van menselijke stamcellen, ontwikkelt Dasja mini-darmen en mini-hersenen. In het model wordt vervolgens de route van de darmen naar de hersenen nagebootst: deze route is een soort snelweg die gebruikt wordt door virussen en medicijnen.

Door beide mini-orgaantjes te infecteren met hiv, kan er in kaart worden gebracht hoe een hiv-infectie ontstaat en te werk gaat in de mens (in plaats van in een proefdier). Met deze kennis wordt vervolgens onderzoek gedaan naar het ontwikkelen van een manier om hiv te voorkomen of te genezen.

Alles over proefdieren

Apen hiv virus

In onderzoek worden honderden apen opzettelijk geïnfecteerd met hiv.

“Door onze modellen te infecteren met hiv, kunnen we nieuwe geneesmiddelen testen waar dit eerder nog niet mogelijk voor was. Ook kunnen we het ontstaan van deze ziekte sneller begrijpen dan bij een proefdiermodel.”

dr. Dasja Pajkrt
Dr. Twan de Vries

Veelgestelde vragen

Wanneer je geïnfecteerd raakt met hiv, is het waarschijnlijk dat het virus via de darmen het lichaam is binnengekomen. Vervolgens reist het virus af naar de hersenen, waar het zich verstopt. Zodra het virus in de hersenen is, gaat het zich vermeerderen, waardoor ze veel cellen ziek maken.

Zolang een patiënt de juiste medicijnen slikt, is er weinig aan de hand: het virus blijft dan inactief. Maar het blijft er wel, want er is geen medicijn die het inactieve virus voorgoed kan vernietigen. Zodra er geen medicijnen (meer) geslikt worden, kan het inactieve virus actief worden. Geïnfecteerde cellen verspreiden zich vervolgens door het lichaam en zo wordt de patiënt ziek.

Een hiv-infectie kan leiden tot aids. Mocht de infectie niet behandeld worden met medicijnen, dan gaat het virus zich weer vermeerderen en infecteert het cellen in het hele lichaam. Het eindresultaat is aids.

Apen kunnen van nature geen hiv krijgen. In het laboratorium kunnen ze wel opzettelijk geïnfecteerd worden met het virus. In een natuurlijke omgeving zijn sommige apen vatbaar voor een andere variant van het virus, namelijk siv (simian immunodeficiency virus). Dit is heel anders dan het virus dat bij mensen voorkomt.

Er worden verschillende apen als proefdieren gebruikt. In Nederland zijn dit met name resusapen, java-apen en klauwaapjes. Sinds 2003 is het, mede dankzij onze inzet, verboden om in Europa dierproeven op mensapen (zoals chimpansees) te doen. Helaas geldt dit verbod nog niet wereldwijd.

Een organoid is een soort mini-orgaantje. Het bestaat uit een complex geheel van cellen die alle lichaamsfuncties van een bepaald orgaan nabootsen. Het is mogelijk om persoonlijke mini-orgaantjes te maken. Door materiaal af te nemen van een patiënt (bijvoorbeeld huid, bloed of speeksel), kunnen cellen gekweekt worden. Deze bevatten dan alle genetische eigenschappen van de patiënt. Dat is extra behulpzaam bij ziektes zoals kanker of Alzheimer; het onderzoek kan dan namelijk heel gericht uitgevoerd worden.

Jouw donatie gaat naar de ontwikkeling en het op de markt brengen van onderzoeksmethoden die dierproeven overbodig maken. Dankzij jouw bijdrage kunnen wetenschappers proefdiervrije modellen zoals organoids, organen-op-een-chip, computermodellen en andere alternatieven ontwikkelen. In het kort: jouw donatie draagt bij aan een proefdiervrije toekomst!

<