Onderzoek Christine Mummery

Professor Christine Mummery test medicijnen op zogenaamde ‘minihartjes’. En zeg nou zelf: dat is toch veel beter dan testen op honden! Haar innovaties maken veel proefdieronderzoek overbodig. De volgende stap is om de minihartjes te laten lijken op die van oudere mensen. Samen kunnen we dat mogelijk maken. Help mee!

honden uit hartonderzoek

 

 

Meer over dit onderzoek

Onderzoek naar bijwerkingen
Het onderzoek van Christine Mummery richt zich voornamelijk op de bijwerkingen die medicijnen hebben op het hart. Dit zijn heel gevaarlijke, vaak dodelijke,  bijwerkingen. Mummery’s hartmodel, dat gebaseerd is op menselijke stamcellen, kan deze bijwerkingen opsporen: ‘Wij dienen stoffen toe aan onze mini-hartjes en kijken wat er gebeurt. Het kan zijn dat het stopt met kloppen, of juist heel snel gaat kloppen of onregelmatig. Het is een fantastische manier om de veiligheid van medicijnen te testen. En er komt geen proefdier aan te pas.’

Goede voorspellende waarde
‘Wij voorspellen met onze bolletjes mogelijk bijna alle effecten die eerder ook al zijn gebleken in proefdiertests én langjarig patiëntenonderzoek. We hebben laatst in internationaal verband een vergelijkende test gedaan en wat blijkt: bij 18 van de 20 geteste stoffen bleken we de effecten correct voorspeld te hebben, 1 effect hebben we gemist – we weten inmiddels waarom – en we hebben 1 effect voorspeld dat in andere situaties (nog) niet is gebleken. We kwamen echt heel goed uit.

Innovaties op komst
Christine Mummery zit vol ideeën om het model nog verder te perfectioneren. Ze wil bijvoorbeeld zenuwcellen gaan toevoegen om het model op andere aspecten van hartziekten te kunnen bestuderen. ‘Ons model lijkt nu nog teveel op een kinderhart, terwijl veel hartproblemen zich voordoen bij oudere harten. We kunnen die veroudering na gaan bootsen in ons model als we de juiste hartcellen erbij hebben. Daarmee wordt het nog betrouwbaarder.’

Video

Uitgelicht

Christine Mummery

“Bijwerkingen van medicijnen is de vierde doodsoorzaak in Nederland. Dat is iets om goed over na te denken. Deze medicijnen zijn allemaal door de dierproef gekomen”

Veel gestelde vragen

Wat is een stamcel?

Stamcellen zijn cellen met twee kenmerkende eigenschappen. Ze kunnen zich delen en ze kunnen transformeren in een cel met een specifieke functie. Er bestaan vier verschillende soorten stamcellen. Er bestaan stamcellen die in alle mogelijke cellen kunnen veranderen. Dit zijn de zogenaamde totipotente stamcellen (vroege embryonale stamcellen), dan heb je stamcellen die in veel (maar niet alle) celtypen kunnen veranderen, de zogenaamde pluripotente stamcellen, dan heb je stamcellen die nog in een paar verschillende typen kunnen veranderen; de zogenaamde multipotente stamcel en tenslotte de stamcel die nog maar in één celtype kan veranderen de zogenaamde unipotente stamcel.

Een embryo bestaat volledig uit stamcellen, maar ook een volwassen lichaam bevat stamcellen. Bijvoorbeeld in het beenmerg en in de huid. Deze stamcellen zorgen voor de vernieuwing van respectievelijk bloed en huid.

 

Waarom zijn stamcellen zo nuttig voor onderzoek

Stamcellen hebben twee eigenschappen. Ze kunnen zich delen en ze kunnen zich ontwikkelen tot verschillende cel-typen.  Je kan dus elke gewenst cel in grote hoeveelheden maken.

Hoe kom je aan menselijke stamcellen om uiteindelijk de hartcellen mee te maken?

Stamcellen kun je verkrijgen uit embryo’s en uit een volwassen lichaam. Beide bronnen hebben hun moeilijkheden. Embryonaal stamcellen zijn afkomstig van foetussen van abortussen. Deze bron wil je eigenlijk minimaliseren. Stamcellen uit het volwassen lichaam zijn vaak unipotent en niet voor alle typen weefsel beschikbaar. Een hart bijvoorbeeld bevat bijzonder weinig stamcellen.

Er bestaat een techniek om stamcellen te maken. Hiervoor worden ‘gewone’ cellen teruggebracht naar hun stamcelstadium. Dan kunnen ze delen en vervolgend weer differentiëren naar de cel met de specifieke functie. Dat kan door gewone lichaamscellen  en die op een speciale manier te behandelen, waarmee je ze eigenlijk terug laat gaan in hun ontwikkelingsstadium. Zover dat ze eigenlijk elke celtype kunnen worden wat je wilt. Door het toedienen van de juiste stoffen kun je bepalen wat voor type cel je wilt maken.  Deze techniek is ontwikkeld in 2006 door de Japanner Yamanaka die daarvoor de Nobelprijs voor medicijnen heeft gekregen.

Welke dieren worden allemaal vervangen met dit onderzoek?

Hartonderzoek wordt op verschillende dieren gedaan. Veel fundamenteel onderzoek gebeurt op ratten en muizen. Veel toegepast onderzoek (zoals medicijntesten) gebeurt op varkens en honden. Dit komt omdat hun hart nog het meest lijkt op een mensenhart.

Ons model is uitstekend bruikbaar in toegepast onderzoek dus het vervangt hoofdzakelijk honden en varkens. Ons onderzoek zelf is ook geheel proefdiervrij.

Wat is de volgende stap in het onderzoek?

Ons model lijkt nu nog teveel op een kinderhart, terwijl veel hartproblemen zich voordoen bij oudere harten. We kunnen die veroudering na gaan bootsen in ons model als we de juiste hartcellen erbij hebben. Je kunt dan denken aan zenuwcellen. Een ander mogelijkheid is om een gen in te bouwen van mensen die lijden aan de verouderingsziekte progeria. Hun harten reageren als harten van oudere mensen. Met zo’n gen zou je onze ‘bolletjes’ snel kunnen laten verouderen.

Onderzoeker aan het woord

‘Het vervangen van dierproeven is niet mijn primaire motief. Maar ik vind het wel een heel mooie bijkomstigheid. Ik heb zelf een hond en heb grote empathie voor honden.’

‘Mijn primaire motief is het ontwikkelen van het beste medicijn. En de beste manier daarvoor is om humane cellen te gebruiken. Op termijn is ons model superieur. Daar ben ik van overtuigd. En daar zijn we voor hartonderzoek niet heel ver van verwijderd. Kijk een mensenhart klopt in rust ongeveer 80 keer per minuut. Een rattenhart 250 keer en een muizenhart 500 keer. Dat verschil heeft gevolgen voor de uitkomsten van onderzoek.’

‘Mijn hoofdmotief en dat van jullie is misschien anders, maar de drijvende kracht erachter is hetzelfde. De wetenschap en Proefdiervrij kunnen elkaar gewoon heel goed vinden.’

Grote ambities, weinig middelen

‘De minister heeft eerst gezegd dat de proefdier afgeschaft moest worden, daarna deed hij een stapje terug en vond hij dat Nederland leidend moest zijn in dierproefvrije innovatie in 2025. Maar zonder middelen daarvoor neer te zetten. Nou, dat is leuk. Wij kunnen geen onderzoek doen van lucht. Wij zijn dus superblij dat Proefdiervrij ons type onderzoek ondersteund.’ZonMW (organisatie die subsidies verstrekt namens de overheid) heeft gewoon weinig budget.’

‘Maar de beoordeling van de aanvragen door ZonMW is heel professioneel. Ik denk dat het goed is dat Proefdiervrij aansluit bij die beoordelingen. Dat staat garant voor wetenschappelijk goed onderbouwde beslissingen.’

‘Gelukkig is Proefdiervrij snel in het nemen van die beslissingen. Veel van beursaanvragen duren zolang dat je op het moment van de uitslag, al helemaal vergeten bent dat je hem aangevraagd. Ja, echt waar. Dus als wij een idee hebben dan hebben we van Proefdiervrij vrij snel een reactie terug. En het voordeel van Proefdiervrij is dat het heel gericht en interactief. Dat vinden wij heel fijn.’